Video Determinatie

Geoorde zuring - Rumex thyrsiflorus

Vooral in het rivierengebied van ons land komt de Geoorde zuring, Rumex thyrsiflorus, voor. Deze zuring lijkt erg veel op de alom voorkomende Veldzuring en kan ermee verward worden. Maar er zijn een paar kenmerken, waardoor het toch mogelijk is deze zuringsoorten uit elkaar te houden. Dat begint al met de bloeitijd. Veldzuring is de eerste zuring die in april begint te bloeien tot in juni, terwijl Geoorde zuring pas in juli volop bloeit. Verder zijn de bladeren van Geoorde zuring veel langer dan die van Veldzuring en bovendien zijn ze nogal gekroesd, terwijl die van Veldzuring glad aan doen.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Ecologische parameters

Geoorde zuring, Rumex thyrsiflorus Fingerh., lijkt erg veel op de Veldzuring, maar bloeit 2-6 weken later. De soort hoort tot de Duizendknoopfamilie.

Het is net als de Veldzuring een tweehuizige soort, met aparte planten die mannelijk bloeien en pollen produceren en aparte planten die vrouwelijk bloeien en die in de bloemetjes de vruchtbeginsels hebben die na bestuiving en bevruchting uitgroeien tot nootjes met drie vruchtkleppen. Deze vruchtkleppen ontstaan uit de binnenste drie bloemdekbaden. Ze zijn wat kleiner dan die van Veldzuring en de kleur is meer roze dan rood.

De gehele bloeiwijze is wat gedrongen, de onderste takken staan meestal met drie bijeen en zijn dan weer vertakt, maar alle takken staan naar de top omhoog gericht. Maar de totaalindruk is minder los dan bij de Veldzuring.

Duidelijk verschillend zijn de bladeren van de Veldzuring en de Geoorde zuring: die van Geoorde zuring zijn langwerpig tot lancetvormig, wel 4 tot 14 maal zo lang als breed, hebben een duidelijke pijlvorm met twee duidelijke oren als bladvoet en een gegolfde of gekroesde bladrand. Die van de Veldzuring zijn slechts 2 tot 6 maal zo lang als breed en veel minder gegolfd, zelfs tamelijk glad.

Geoorde zuring is soort van Siberië en Europa, met uitzondering van zuidwest Europa. Nederland en België zijn zo'n beetje het meest westelijk gedeelte van het areaal. Ze is hier plaatselijk algemeen in het rivierengebied, maar zeer zeldzaam in de duinen en dan meestal op plaatsen waar wat kleiige grond is aangevoerd. Het schijnt zo te zijn dat de plant pas in de 19e eeuw ons land bereikt heeft en pas sinds de 20ste eeuw wordt ze onderscheiden van de Veldzuring. Tussenvormen tussen beide soorten komen voor, wat het helemaal moeilijk maakt om ze als twee soorten te herkennen. Geoorde zuring houdt van drogere standplaatsen dan Veldzuring en ze staat dan ook meestal aan de bovenrand van dijken en spoorwegtaluds.

MM_120121

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Duizendknoopfamilie - Polygonaceae
Plantengeslacht:
Zuring - Rumex
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.50 - 1.00 meter
Bloeiperiode:
Juli - Augustus
Bloemkleuren:
rood, roze, groen
Bloeiwijze:
pluim
Bloemvormen:
meertallig (zestallig of meer), regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
3 bloemdek (kelkbladen), 3 bloemdek (kroonbladen)
Meeldraden:
6 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
3
Vrucht:
nootje
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, gegroefd
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
pijlvormig, lancetvormig, langwerpig
Bladranden:
gegolfd, gekroesd
Ondergronds delen:
penwortel
Plantengemeenschappen:

Het verspreidingsgebied van Geoorde zuring omvat Europa, met uitzondering van Zuidwest-Europa, en Siberië. Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland, delen de soort in bij de

31Ca2 Kweekdravik-associatie

De plantensoort 'Geoorde zuring' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Geoorde zuring lijkt zoveel op Veldzuring dat ze pas in de negentiende eeuw voor het eerst verzameld is, maar pas in de twintigste eeuw herkend als een aparte soort. Ze staat op drogere grond dan Veldzuring, bloeit een vier tot zes weken later en heeft smallere sterk kroezende bladeren met duidelijke oren.

Meer informatie over de ecologie van Geoorde zuring en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 147.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 275-276.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 403.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Rúmex thyrsiflórus