Video Determinatie

Erwt - Pisum sativum

Erwten kennen we allemaal als groente. Ook de Erwtenplant, Pisum sativum, is een gemakkelijk te herkennen soort. Het is onmiskenbaar een Vlinderbloem met tamelijk grote bloemen, meestal witte bloemen. Opmerkelijk zijn de grote steunblaadjes op de plek waar de bladsteel aan de stengel staat. Deze zijn meer dan halfstengel omvattend en groter dan de deelblaadjes van de even geveerde bladeren. Soms vind je buiten de akkers waar de plant gekweekt wordt, wel verwilderde exemplaren.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

De Erwt, Pisum sativum L., is een voedingsgewas uit de Vlinderbloemenfamilie of Fabaceae. De soort is een belangrijke peulvruchtsoort, die veel gekweekt wordt.

De Erwt is een klimplant die met de ranken aan de veerdelige bladeren in staat is om zich omhoog te werken. Dat doet de soort niet alleen in de situatie waarin ze op akkers gekweekt wordt, maar ook als ze verwildert en bijvoorbeeld in hagen of graslanden terecht komt. Dat kan al als er wat zaden (erwten) gemorst worden. De bladeren staan verspreid aan de stengel en zijn even geveerd, dat wil zeggen dat ze steeds een aantal paren deelblaadjes hebben, meestal vinden we 2 of 3 paren deelblaadjes aan de middelste en bovenste bladeren. De deelblaadjes zijn tamelijk groot, in ieder geval veel groter dan we bij de meeste andere plantensoorten uit de Vlinderbloemenfamilie zien. Ze kunnen wel 2-7 cm groot zijn; het zijn ronde tot langwerpige deelblaadjes. Wat heel erg aan de bladeren van de Erwt opvalt zijn de twee steunblaadjes op de plek waar de bladsteel aan de stengel zit. Deze steunblaadjes ovaal tot elliptisch of langwerpig en tot wel 10 cm lang. Ze omsluiten ook de stengel, waardoor het kan lijken alsof de stengel door de steunblaadjes heen groeit. Maar let erop dat de steunblaadjes niet vergroeid zijn. De situatie is dus niet te vergelijken met wat we bijvoorbeeld bij de Witte winterpostelein kunnen zien.

De bloemen staan in armbloemige trossen. Zo'n tros heeft een relatief korte steel. Meestal staan er 1, 2 of 3 bloemen in de tros. Ze zijn tamelijk groot en de grootte kan variëren van 1,5 tot 3,5 cm. De kleur van de bloemen varieert van wit tot groenachtig; bij sommige rassen overheerst de kleur rood of is een streping zichtbaar. De zwaarden kleuren vaak naar paars. De vruchten zijn de bekende peulen, waarin de zaden, de erwten, te vinden zijn.

Waar de Erwt oorspronkelijk vandaan komt is niet met zekerheid te zeggen, omdat de soort als een van de belangrijkste voedingsgewassen door de mens overal mee naar toe genomen is vanaf het moment dat er een vorm van landbouw ontstaan is.
MM_151120

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Vlinderbloemenfamilie - Fabaceae
Plantengeslacht:
Erwt - Pisum
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.25 - 1.00 meter
Bloeiperiode:
Mei - Juli
Bloemkleuren:
paars, wit, lila
Bloeiwijze:
-
Bloemvormen:
vlinderbloemtype, tweezijdig symmetrisch
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 vergroeide kelkbladen, 5 kroonbladen
Meeldraden:
10 vergroeid met elkaar
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
peulvrucht of boon
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, klimmend
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
even geveerd, met rank
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschap:

De preciese herkomst van de Erwt is onbekend, maar de soort is thans overal over de aardbol verspreid en in gebruik als belangrijk voedingsgewas.

De plantensoort 'Erwt' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Er zijn diverse rassen van de Erwt in zwang. Niet alleen kennen we doperwten of tuinerwten, zoals ze tegenwoordig wel in de supermarkt genoemd worden, maar ook groene erwten, peultjes en capucijners zijn rassen, veelal gekweekt, van de soort Pisum sativum. Capucijner wordt wel als een aparte ondersoort beschouwd, namelijk Pisum sativum subsp. arvense A.etG..

De Oostenrijkse Augustijner pater Gregor Mendel, die leefde van 1822 tot 1884, deed in het Tsjechisch klooster waar hij leefde, proeven met erwtenplanten en ontdekte door ze te kruisen en dat heel nauwkeurig te registreren op die manier de overerving van eigenschappen. Daarop zijn de belangrijke genetische Wetten van Mendel gebaseerd. Ze zijn in de negentiende en twintigste eeuw de basis geworden voor verder klasiek-genetisch onderzoek.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Písum satívum.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van XX en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2:

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 365-366.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 776.