Doorgroeid fonteinkruid - Potamogeton perfoliatus

Een van de Fonteinkruiden met brede bladeren is Doorgroeid fonteinkruid, Potamogeton perfoliatus. De verspreid staande bladeren zijn rond tot langwerpig en hebben een stengelomvattende voet. Daardoor lijkt het alsof de stengel door het blad is heen gegroeid, zoals je dat heel opmerkelijk vindt bij Witte winterpostelein. Doorgroeid fonteinkruid staat in tot vijf meter diepe wateren.

Een van de Fonteinkruiden met bladeren die breder zijn dan 1 cm is Doorgroeid fonteinkruid, Potamogeton perfoliatus L., uit de familie der Fonteinkruiden of Potamogetonaceae. Het zijn waterplanten van redelijk voedselrijk water, dat zoet tot zwak brak is. De meerjarige soort voelt zich thuis in zowel stilstaand of beperkt  stromend water en is daarmee vrij algemeen aan te treffen in zowel het IJsselmeer als bijvoorbeeld in het Veluwemeer. Het kan lokaal hier en daar plaatselijk vrij algemeen zijn in het noorden en westen van Nederland, maar ontbreekt in het zuidwesten en ook in Zuid-Limburg. 

De planten wortelen in de onderwaterbodem met wortelstokken en Doorgroeid fonteinkruid heeft enkel in het water ondergedoken bladeren, die verspreid aan de min of meer rechte stengels staan, en alleen de bloeiende stelen met de aren steken boven water uit. De soort kan tot in vijf meter diep water staan, waardoor de maximale grootte van de stengels de vijf meter overschrijdt.

Een van de gemakkelijke kenmerken van Doorgroeid fonteinkruid is de bladvorm. De bladeren zijn meer eirond dan langwerpig en hebben een hartvormige voet die de stengel omsluit, een zogenaamde stengelomvattende voet. Daardoor lijkt het alsof de stengel door het blad heen gegroeid is, waar de plant zijn Nederlandse soortsnaam aan te danken heeft. Er zijn verder duidelijke en gebogen nerven te zien. Aan de rand van de bladeren, die op het eerste oog gaaf lijken, is met een loep te zien dat de rand fijn getand is. De verhouding tussen de lengte en breedte van het blad is minder dan twee. Dit onderscheidt de soort van Langstengelig fonteinkruid dat bladeren heeft met een lengte van tegen driemaal de breedte. 

De stengels vertakken zich en aan het bovenuiteinde van de stengels ontstaan uit okselknoppen de aarstelen. Deze zijn tamelijk lang en kunnen van 3 tot 7 à 8 cm lang zijn. In de aren ontstaan de erg eenvoudige bloemen. Ze hebben geen bloemdekbladen, maar aan de vier meeldraden vind je wel bloembladachtige aanhangsels, die klein zijn.

Na bevruchting ontstaan de vruchten die een heel kleine rest hebben van de stijl, die de naam snavel nauwelijks waard is. De vruchten zijn daardoor tamelijk rond. De hele vruchtaar met de zittende vruchten is maar een paar cm groot. De grootte varieert tussen de 2 en 4 cm.

MM_181119

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Fonteinkruidfamilie - Potamogetonaceae
Plantengeslacht:
Fonteinkruid - Potamogeton
Plantvorm:
waterplant
Plantgrootte:
0.50 - 5.00 meter
Bloeiperiode:
Juni - September
Bloemkleuren:
groen, bruin
Bloeiwijzen:
aar, in kransen
Bloemvormen:
viertallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
4 bloemdek
Meeldraden:
4 vergroeid met bloemdek
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
-
Stempels:
-
Vrucht:
nootje
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
eirond, langwerpig
Bladrand:
getand
Ondergronds delen:
rhizoom/ wortelstok
Plantengemeenschappen:

De verspreiding van de vruchten vindt meestal plaats door vogels die de vruchten eten en in hun ontlasting weer vrijgeven.

De plantensoort 'Doorgroeid fonteinkruid' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

De naam 'Fonteinkruid' suggereert dat de soort in fonteinen voorkomt, maar dat is onterecht. Wel is het zo dat deze waterplanten voorkomen in wateren waarin opwaartse stromingen, zogenaamde kwel, kan optreden. Een betere naam zou dan ook 'Kwelkruid' kunnen zijn, maar dat is nou eenmaal niet zo.

Als u geïnteresseerd bent in meer uitgebreide gegevens over de ecologie van Doorgroeid fonteinkruid, de relaties met andere organismen en het milieu, dan vindt u dat in Weeda, E.J. et al., (1991) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 4: 253

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 95.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 206-208.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Potamogéton perfoliátus.