Video Determinatie

Brede lathyrus - Lathyrus latifolius

Door de opvallende trossen met 5 tot 15 paarsrode grote vlinderbloemen valt Brede lathyrus, Lathyrus latifolius, tijdens de bloei in de zomerperiode gemakkelijk op in de graslanden en ruigten waar de plant te vinden is. Het is van oorsprong een tuin- of sierplant die echter verwilderd is en zich ook in de natuur kan handhaven. Een opvallend kernmerk van de plant zijn de brede lijsten langs de stengels en de ranken waarmee de plant zich kan omhoog werken.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Langs spoorbanen en op ruderale terreinen kun je verwilderde planten van de Brede lathyrus, Lathyrus latifolius L., vinden. Het zijn verwilderde nakomelingen van deze geliefde en veel gekweekte sier- en tuinplant uit de Vlinderbloemenfamilie.

Brede lathyrus valt meteen op door de brede lijsten langs de blauw-groene stengels en de bladeren die bestaan uit twee deelblaadjes en een eindelingse rank waarmee de plant zich omhoog werkt in de vegetatie. Aan de voet van de bladsteel staan twee steunblaadjes die spiesvormig zijn.

De tamelijk grote bloemen staan in trossen met zo'n 5 tot 15 exemplaren bij elkaar. De kroonbladen zijn groot 20-30 mm is geen uitzondering en ze zijn meestal helderrood tot paarsrood van kleur. Soms kan de kleur variëren tot paars en anderzijds tot roze en wit.

Het lijkt er sterk op dat de soort zich in het wild kan handhaven en ook via zaad kan uitbreiden. Je vindt de soort ook in bermen en heggen, maar hij kan bij voorbeeld niet doordringen in de Zuidlimburgse bossen, wat de nauw verwante Boslathyrus wel kan.

MM_120308

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Vlinderbloemenfamilie - Fabaceae
Plantengeslacht:
Lathyrus - Lathyrus
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.90 - 1.80 meter
Bloeiperiode:
Juni - Augustus
Bloemkleuren:
paars, wit, rood
Bloeiwijze:
-
Bloemvormen:
vlinderbloemtype, tweezijdig symmetrisch
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kelktanden, 5 kroonbladen
Meeldraden:
10 vergroeid met elkaar
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
peulvrucht of boon
Zaden:
-
Stengels:
hol, met lijsten
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
even geveerd, met rank
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
met mycorrhiza
Plantengemeenschap:
-

Brede lathyrus is van oorsprong een sierplant uit Zuid-Europese die wel als tuinplant in onze streken in gebruik is en af en toe verwildert. Toch kan ze goed standhouden op dijken, in bermen en heggen waar ze terechtkomt en het lijkt er derhalve op dat ze zich door zaad weet te verspreiden, wat een teken zou kunnen zijn dat ze zich inmiddels thuis voelt in het koudere noorden van Europa.

De plantensoort 'Brede lathyrus' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Door haar bredere bladeren (1-4 cm) en bredere vleugels van de bladstelen (1,5-4 mm) onderscheidt Brede lathyrus zich van haar soortgenoot Boslathyrus, waar ze, als ze niet bloeit, veel op lijkt. De bladbreedte van de Boslathyrus is 0,5 tot 2 cm breed terwijl de vleugels van de bladstelen minder dan 1,8 mm breed zijn. Maar in bloei kun je Brede lathyrus van Boslathyrus onderscheiden door de bloemkleur. Brede lathyrus heeft purperrode of witte bloemen, terwijl Boslathyrus een vlag heeft die van binnen roze en aan de buitenkant geelgroen is en roodpaarse zwaarden heeft.

Aanvullende en uitgebreide informatie over de Brede lathysrus en de relaties met andere roganismen en het milieu is te vinden bij Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora.Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 130.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 365.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Láthyrus latifólius