Brave hendrik - Chenopodium bonus-henricus

Een heel zeldzaam geworden plantensoort die vroeger veel meer voorkwam, vooral in de buurt van mestvaalten op boerenterreinen, is de Brave hendrik, Chenopodium bonus-henricus. De tamelijk grote en forse planten hebben driehoekige, pijlvormige bladeren met twee naar achteren wijzende bladpunten. Ze zijn spits en hebben een gave bladrand. De kleine groen blijvende bloemen zitten in kluwens bijeen in een trosvormige bloeiwijze boven aan de stengel en in de oksels van de bovenste kleinere bladeren.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Brave hendrik, Chenopodium bonus-henricus L., is een plantensoort uit de Amaranthenfamilie en hoort tot het geslacht Ganzenvoet. Uit dit geslacht kennen we ook Melganzenvoet en Welriekende ganzenvoet. Het zijn planten die je vooral als pionier aantreft op stikstofrijke en ruderale plakken. De Brave hendrik houdt van standplaatsen bij mesthopen, kippenhokken en je vindt de soort ook wel op begraafplaatsen.

Na kieming vormt de meerjarige plant een wortelrozet en ondergronds ontwikkelt de plant een vlezige en stevige wortelstok waarmee hij kan overwinteren. De wortelrozet bestaat uit volgroeide bladeren, die echter tegen de tijd dat zich de bloeistengel gevormd heeft voor een groot deel afsterven. Dat heeft dan wel tot gevolg dat je onder aan de stengel de lidtekens kunt zien van deze afgestorven oorspronkelijke rozetbladeren; soms ook nog wat resten van die afgestorven bladeren. Als de taaie bloeistengel zich in een van de daaropvolgende jaren ontwikkelt staan daar de bladeren verspreid aan. De bladeren zijn driehoekig van vorm met twee spitse naar achteren wijzende punten, met andere woorden ze zijn pijlvormig. De punt loopt niet uit in een stekelige spits zoals we dat bij andere geslachten binnen de Amaranthenfamilie wel vinden. De rand van de bladeren is gaaf tot hooguit een beetje gegolfd. De schutbladeren in de bloeiwijze worden steeds kleiner en helemaal bovenin verliezen ze ook de uitgesproken pijlvorm. De bladeren zijn vlak, niet vlezig en hebben diep liggende nerven aan de bovenkant. De planten zijn kaal en missen dan ook het melige uiterlijk van bijvoorbeeld Melganzenvoet. De plant voelt ook niet plakkerig aan en heeft geen bijzondere geur, zoals we kennen van de Welriekende ganzenvoet.

In de bloeiwijze boven aan de stengel en aan de zijstengels staan de kleine bloemen in trossen bijeen. Ook in de oksels van de bovenste bladeren staat een aantal bloemen in kluwens bijeen. De kleine bloemen hebben bloemdekslippen zonder dwarsvleugel. Na bevruchting vormt zich een nootje, terwijl de bloemdekbladen nauwelijks van vorm en kleur veranderen, zoals we dat kennen bij een aantal Zuringsoorten die deel uit maken van de Duizendknoopfamilie. Het is een echte zomerbloeier.

Brave hendrik staat op de Rode lijst; dit is een gevolg van het feit dat de stikstofrijke milieus waar deze soort van houdt steeds minder voorkomen. Immers ook de boerenbedrijven zijn steeds 'netter' geworden door de toegenomen regelgeving omtrent het boerenbedrijf. Het is een vraag hoe lang er nog exemplaren van Brave hendrik in onze contreien gevonden zullen worden.

MM_160607

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Amarantenfamilie - Amaranthaceae
Plantengeslacht:
Ganzenvoet - Chenopodium
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.20 - 0.65 meter
Bloeiperiode:
Mei - Augustus
Bloemkleuren:
groen, bruin
Bloeiwijzen:
kluwen, tros
Bloemvorm:
drietallig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 bloemdek
Meeldraden:
5 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
nootje
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
pijlvormig, driehoekig
Bladranden:
gaaf, gegolfd
Ondergronds delen:
wortelstok
Plantengemeenschappen:

Brave hendrik is een plantensoort die Europa als areaal heeft. Maar door de minder 'vervuilende' wijze waarop het boerenbedrijf tegenwoordig werkt, zie je dat het aantal standplaatsen, waar de soort kan gedijen, dus plekken waar veel stikstof voor de plant in de bodem beschikbaar is, steeds kleiner wordt. De soort is dan ook sterk bedreigd en staat op de rode lijst. Waar de soort nog redelijk regelmatig te vinden is, is in het hooggebergte waar nog plekken voorkomen waar zich behoorlijk wat mest verzamelt, zoals op plaatsen waar koeien op de bergweiden zich verzamelen. Op zo'n locatie zijn de opnamen gemaakt die voor dit plantenpaspoort en de determinatievideo zijn gebruikt.

De plantensoort 'Brave hendrik' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Het blad van Brave hendrik werd vroeger wel als spinazie gegeten. Spinazie is een aan Ganzenvoet nauw verwant geslacht binnen de Amarantenfamilie. Dit in tegenstelling tot het blad van Bosbingelkruid dat giftig is en daarom wel Kwade hendrik werd genoemd.

Meer informatie over de ecologie van de Brave hendrik en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 158-160.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 302.
Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 417.
Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Chenopódium bónus-henrícus.