Video Determinatie

Borstelgras - Nardus stricta

Aan de stijve opgerolde grijsgroene bladeren is borstelgras, Nardus stricta, herkenbaar. Daar komt bij dat de plant een dichte pol of zode vormt doordat de spruiten die uit de wortelstok te voorschijn komen zeer dicht tegen elkaar aanzitten. Tijdens de bloei staan de eenbloemige aartjes in twee rijen schuin omhoog aan een kant van de aar-as.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een gras dat op zeer droge, zure en zandige plaatsen groeit en stijve borstelvormige bladeren heeft is Borstelgras, Nardus stricta L., uit de grassenfamilie.

Een erg opvallende eigenschap is de manier waarop de verschillende grasplanten te voorschijn komen uit de ondergrondse wortelstok. Deze wortelstok vertakt zich sterk. De spruiten sluiten heel nauw aan elkaar aan, ze vormen een soort vlak bestaande uit de diverse spruiten. De onderste schedes zijn vezelig bruin en moeilijk te scheiden. Omdat de plant de neiging heeft uit te groeien in zuidelijke richting ontstaat er na enige jaren uit een dichte pol een ringvormige plant, doordat het binnengedeelte van de pol afsterft. We noemen dit wel heksenkring. Iets dat ook heel regelmatig is te vinden bij paddestoelsoorten.

Net als bij het Pijpenstrootje vind je alleen vlak bij de wortelstok een enkele knoop in de grashalm van de bloeiende spruiten. Voor de bloei staan de aartjes met een enkele bloem erin stijf aangedrukt tegen de bloeias. Tijdens de bloei buigen de twee rijen aartjes schuin naar voren en staan aan een kant van de bloeias. Elk aartje heeft slechts een bloem. De twee kelkkafjes zijn klein. Het onderste dat met de aar-as vergroeid is is maar 1 mm lang en het bovenste is nog kleiner. de kroonkafjes zijn veel langer. Het onderste kroonkafje (of lemma) is tussen de 5 en 9 mm lang en het bovenste (of palea) is maar een klein beetje korter. Aan de top van het onderste kroonkafje zit een kafnaald van 1-3 mm. Op de rug zijn 2 of 3 gekielde nerven te zien. De bloemen gaan niet echt openstaan tijdens de bloei; dat komt omdat ze de zwellichaampjes, of lodicula, missen. Ze bloeien eerst vrouwelijk en steken dan het stempel tussen de kroonkafjes naar buiten. Enige dagen laten steken de helmdraden buiten de kafjes. De hele bloeiwijze is tussen de 3 en 8 cm groot.

De borstelvormige bladeren zijn opgerold en eindigen in een spitse scherp aanvoelende punt. Ze staan haaks tot schuin omhoog af van de halm en hebben een grijsgroene kleur. Aan de top buigen ze wat omhoog. Het tongetje op de overgang van de bladschede naar bladschijf is afgeknot en kort. Je kunt er wel drie nerfjes in onderscheiden.

MM_130802

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Grassenfamilie - Poaceae
Plantengeslacht:
Nardus - Nardus
Plantvorm:
gras
Plantgrootte:
0.10 - 0.40 meter
Bloeiperiode:
Mei - Juni
Bloemkleuren:
paars, groen
Bloeiwijze:
aar
Bloemvorm:
grasbloem
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
2 kelkkafje, 2 kroonkafje
Meeldraden:
3 meeldraden
Vruchtbeginsel:
1
Stijlen:
2
Stempels:
2
Vrucht:
graanvrucht of korrel
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
-
Bladstanden:
in rijen, in dichte pollen
Bladvormen:
rond, borstelvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergrondse delen:
rhizoom/ wortelstok, bijwortelstelsel
Plantengemeenschappen:

Het areaal van Borstelgras omvat bijna heel Europa, West-Azië en het Atlasgebied in Noord-Afrika. Of het spontaan zonder menselijke hulp ook in het zuiden van Groenland en het oosten van Noord-Amerika is gekomen is niet geheel zeker. Zeker is dat het door de mens is ingevoerd in Nieuw-Zeeland. De soort is gebonden aan droge, zandige en zure bodem, die wel tijdens de winterperiode vochtig kan zijn. Op de hogere zandgronden, de zogenaamde Pleistocene zanden, komt het nog redelijk algemeen voor. Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland deelt Borstelgras in bij de volgende beperkte groep plantengemeenschappen:

16Aa1 Blauwgrasland

19 Klasse der Heischrale graslanden

19Aa Verbond der Heischrale graslanden

19Aa2 Associatie van Klokjesgentiaan en Borstelgras

De plantensoort 'Borstelgras' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Borstelgras komt voor op de meest schrale graslanden die we kennen. Het wordt door vee gemeden en alleen de jonge scheuten worden door grazende schapen afgevreten. Het gras kan betreden goed verdragen en soms ligt het al tegen de grond platgedrukt.

Nog meer informatie over de ecologie van Borstelgras en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 5: 210-211.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 203.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 300.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Nárdus strícta