Bolderik - Agrostemma githago

Onder de akkeronkruiden is de Bolderik, Agrostemma githago, erg zeldzaam geworden. Als je de plant in bloei tegenkomt valt hij wel op door zijn mooie tamelijk grote kleurige bloemen.

De eenjarige planten van de Bolderik of Agrostemma githago L. maken deel uit van de Anjerfamilie of Carypphyllaceae en zijn heden ten dage sterk bedreigd. Bolderik staat dan ook op de Rode lijst van beschermde plantensoorten.

De planten zijn behaard en deze beharing varieert van licht behaard tot viltig behaard. In het laatste geval hebben de planten een wat grijzige kleur. Aan de rechtopstaande stengels zitten de smalle lijnvormige en spitse, behaarde bladeren tegenover elkaar.

De planten vertakken bovenin volgens het schema van het gevorkte bijscherm. Dat wil zeggen dat de stengel eindigt een een bloem, die het eerst gaat bloeien. In de oksels van de onder de lang gesteelde bloem staande schutbladeren ontstaan twee zijstengels, die beide eveneens eindigen in twee bloeiende bloemen. Deze bloeien uiteraard wat later dan de eerste bloem. Onder beide bloemen van de twee zijstengels ontstaan in de twee schutbladeren weer twee zijstengels die eindigen in een bloem.

De bloemen staan op lange behaarde stelen. De vergroeide kelken zijn zelfs ruw behaard. Op de kelkbuis, het onderste vergroeide deel van de kelk, zijn 10 ribben te onderscheiden. De kelkslippen zijn langer dan de kelkbuis en ook langer dan de kroonslippen. De niet vergroeide kroonbladen hebben een lange nagel, dat is het onderste deel van het kroonblad dat binnen de kelkbuis zit. Het bovenste meer in een vlak liggend gedeelte van het kroonblad, de plaat, is breed afgerond en iets uitgebocht. De kleur van de kroonbladen is diep roze tot paarsrood; een enkele keer vind je witte bloemen. De kelkslippen steken buiten de kroon uit. De stijlen binnen de bloem zijn behaard en de kroonbladen vallen op door donkere lengtestrepen die te beschouwen zijn als een honingmerk ten behoeve van bestuivers.

De zaden zijn giftig.

Bolderik is een eenjarig akkeronkruid, met name in graanvelden, zoals Roggeakkers. Omdat vroeger na het oogsten en verwerken van graan nog wel eens giftige zaden van Bolderik in meel terecht kwam, is men al lang geleden begonnen met het bestrijden van Bolderik. Aanvankelijk gebeurde dit door geschoond zaad van granen te gebruiken, maar tegenwoordig ook helaas door het gebruik van zogenaamde gewasbeschermingsmiddelen in feite chemische stoffen die voorkomen dat niet gewenst planten, zoals akkeronkruiden, niet kunnen ontkiemen of snel afsterven.

MM_180123 

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Anjerfamilie - Caryophyllaceae
Plantengeslacht:
Agrostemma - Agrostemma
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.25 - 1.00 meter
Bloeiperiode:
Juni - Augustus
Bloemkleuren:
roze, roodpaars
Bloeiwijze:
gevorkt bijscherm
Bloemvormen:
vijftallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 vergroeide kelkbladen, 5 kroonbladen
Meeldraden:
10 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
5
Stempels:
5
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, behaard
Schors:
-
Bladstand:
tegenoverstaand
Bladvormen:
lijnvormig, toegespitst
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschap:

Bolderik is een akkeronkruid en daarmee een echte cultuurvolger. Op löss en kleigronden vind je de plant die tegenwoordig veel wordt uitgezaaid. In het wild komt de soort vrijwel niet meer voor in onze contreien. Dit hangt samen met het feit dat men enerzijds tegenwoordig het zaad voor de akkerbouwer beter zuivert, alvorens hij het uitzaait, en anderzijds door het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen. 

De plantensoort 'Bolderik' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Een goed voorbeeld van een tweetakkig gevorkt bijscherm kun je ook vinden bij de Grote muur.

Meer informatie over de ecologie van de Bolderik en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 203

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 292.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac. P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 443.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Agrostémma githágo.

In het Duitse spraakgebied: Gewöhnliche Kornrade, Nelkengewächse.