Video Determinatie

Boerenwormkruid - Tanacetum vulgare

De gele dicht op elkaar staande op knoopjes lijkende hoofdjes met alleen buisvormige bloemen vallen boven in de tuilvormige bloeiwijze van Boerenwormkruid, Tanacetum vulgare, direct op. De hoge planten vallen ook op door hun groei in groepen. Dit is het gevolg van de stengels die uit de wortelstok omhoog schieten. Je ziet de soort ook veel in de bermen en op taluds van autowegen staan.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Boerenwormkruid, Tanacetum vulgare L., is een in pollen groeiende opvallende soort uit de Composietenfamilie. Ze valt vooral op door de tot 1,3 cm brede schijfvormige hoofdjes met alleen gele buisbloemen. De plant is boven in de bloeiwijze vertakt en de vele in een tuil staande hoofdjes lijken een groot scherm te vormen. Daardoor valt bloeiwijze goed op en trekt insecten aan die voor bestuiving en vervolgens bevruchting zorgen.

De bladeren staan verspreid aan de rechtopstaande, forse, taaie stengels die uit een wortelstok omhoogschieten. De wortelstok zorgt ervoor dat de overjarige planten een duidelijk pol vormen. De bladeren staan verspreid aan de stengels. Ze zijn veerdelig ingesneden en tussen de veren zitten nog kleine bladdeeltjes, zodat je kunt spreken van afgebroken geveerd. De bladslippen hebben een gezaagde rand en eindigen in een spits.

Boerenwormkruid is een pioniersoort die groeit op voedselrijke omgewerkte grond, op rivierduinen, langs bermen, spoorwegen en op dijken. Vooral de aanwezigheid van stikstof in de bodem bevordert Boerenwormkruid. Afbranden van bermen of dijkhellingen heeft dan ook als effect dat de soort nadien nog sterker terugkomt. Vee mijdt de plant vanwege de giftigheid net als Jakobskruiskruid.

Boerenwormkruid komt van oorsprong in het grootste deel van Europa en het noordelijke deel van Azië voor. De geslachtsnaam Tanacetum is vermoedelijk afgeleid van het Oudgriekse woord 'athanasia' dat 'onsterfelijk' betekent. Het heeft deze naam waarschijnlijk te danken aan het feit dat de bloemen niet makkelijk verwelken en lang tot ver in de herfst hun gele kleur behouden, maar het kan ook duiden op een soort levensdrank die ervan gemaakt werd.

MM_111203

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Composietenfamilie - Asteraceae
Plantengeslacht:
Wormkruid - Tanacetum
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.60 - 1.20 meter
Bloeiperiode:
Juli - September
Bloemkleur:
geel
Bloeiwijze:
hoofdje
Bloemvormen:
composietenbloem, buisvormig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
5 vergroeid met elkaar
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
nootje
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, rood aangelopen
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
ingesneden, afgebroken geveerd, oneven geveerd
Bladrand:
gezaagd
Ondergronds delen:
wortelstok
Plantengemeenschappen:

Het oorspronkelijke verspreidingsgebied van Boerenwormkruid omvat Europa en Azië. In onze contreien vind je de pioniersoort overal in ruigten, en ruderale verwaarloosde terreinen, in bermen en in uiterwaarden. Ze maakt volgens de Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland (Schaminée, J. et al., 2010) deel uit van de

31Ca3 Wormkruid-associatie en het

38Aa1 Bijvoet-ooibos

De plantensoort 'Boerenwormkruid' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Boerenwormkruid dankt de Nederlandse naam aan het feit dat men vroeger een extract van de plant medicinaal gebruikt om wormen af te drijven. De plant is door de alkaloïden die erin zitten giftig. Je kunt dat heel goed zien in beweid grasland, dat hoog is kunnen opschieten: vee laat de plant als ze groot is met rust en graast eromheen.

Bij een andere Tanacetumsoort, namelijk Tanacetum cinerariifolium, Pyrethrum, is onlangs een mechanisme ontdekt, dat niet eerder bekend was in het plantenrijk. In de klierharen op stengels, blad en zaden wordt een van de voorlopers van pyrethrine geproduceerd. Dit terpeen wordt via het plantenweefsel naar de zaadhuid getransporteerd waar ze gekoppeld worden aan een lipide waaruit dan pyrethrinen resulteren, die tijdens de zaadrijping in de zaden terecht komen. Bij het kiemen van de zaden zorgen de pyrethrinen voor bescherming tegen micro-organismen en insecten (bron: Bionieuws 10-11-2012, pag.5).

Als u geïnteresseerd bent in meer uitgebreide gegevens over de ecologie van Boerenwormkruid, de relaties met andere organismen en het milieu, dan vindt u dat in Weeda, E.J. et al., (1991) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 4: 76.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 607.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 1024.

Uitspraak wetenschappelijke naam: Tanacétum vulgáre