Bloedooievaarsbek - Geranium sanguineum

Een Ooievaarsbek die opvalt door diep ingesneden in omtrek ronde bladeren, meestal éénbloemige bloeiwijzen waarbij de grote bloemkroonbladen een helder karmijnrode tot paarsrode kleur hebben is de Bloedooievaarsbek.  De soort staat vaak in tuinen, maar verwildert daaruit zodat de soort ook wel voorkomt in bermen. 

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een Ooievaarsbek die vanwege zijn mooie kleur bloemen vaak in tuinen is aan te treffen is de Bloedooievaarsbek, Geranium sanguineum L. uit de Ooievaarsbekfamilie of Geraniaceae. Het is een meerjarige soort.

De planten worden graag aangeplant omdat ze met mooie helder karmijnrode of paarsrode bloemen een dankbare plant in de tuin vormen. De tot maximaal zo'n 50 cm hoog wordende planten hebben sterk behaarde stengels bladeren en bloemstelen. De bladeren hebben een cirkelvormige omtrek. Ze zijn diep ingesneden, waardoor ze wel vijf tot zeven segmenten lijken te hebben, dus vijf- tot zevenvingerig, als je het handnervig blad goed bekijkt. Daarbij kan het middelste van de vijf tot zeven segmenten ook weer ingesneden zijn en tot vijf kleine deelsegmenten hebben. Op de plaats waar de bladsteel aan de stengel zit vind je stompe steunblaadjes.

De deelbloeiwijzen van de Bloedooivaarsbek is vrijwel altijd éénbloemig; dat wijkt sterk af van de normale deelbloeiwijzen van de Ooievaarsbeksoorten, die tweebloemig zijn. Daar komt bij dat de bloemkroonbladen relatief groot zijn tot wel 2 cm, waardoor de bloem behoorlijk groot is, wel 3-4 cm in doorsnede. De bloemkroonbladen zijn uitgerand tot uitgeschulpt. De heldere karmijnrode of paarsrode kleur is heel sprekend. Dat maakt de plant inderdaad tot een geschikte in de tweede helft van de lente en in de zomer bloeiende tuinplant. De rode kleur, soms bijna bloedrood, is de logische naamgever van de Bloedooievaarsbek, ook in de wetenschappelijke soortsnaam zie je het latijnse woord voor bloed 'sanguis' mooi terug.

Na de bloei valt de rechtopstaande vrucht met zijn lange snavel en als een kroon uitstaande kluisvruchten op. Doordat deze bij rijpheid weggeschoten worden kan zaad buiten de tuinen terecht komen, waar dan sprake is van verwilderde planten. De soort kan zich daar enige tijd handhaven en verspreiden, waardoor je de soort ook in bermen kunt aantreffen.

MM_180726

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Ooievaarsbekfamilie - Geraniaceae
Plantengeslacht:
Ooievaarsbek - Geranium
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.07 - 0.50 meter
Bloeiperiode:
Mei - Augustus
Bloemkleuren:
rood, purper
Bloeiwijze:
alleenstaande bloem
Bloemvormen:
vijftallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kelkbladen, 5 kroonbladen
Meeldraden:
10 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
5
Vruchten:
kluisvrucht, splitvrucht
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, behaard, rond
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvorm:
handvormig
Bladrand:
ingesneden
Ondergronds delen:
hoofdwortelstelsel
Plantengemeenschap:

Het areaal van Bloedooievaarsbek bestrijkt het zuiden en midden van Europa. De grens van zijn verspreidingsgebied reikt tot aan Nederland. In België is de soort als wilde plantensoort meer verbreid en inheems binnen de areaalgrens.

De plantensoort 'Bloedooievaarsbek' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Het type vruchten wordt 'kluisvrucht' genoemd. Dit is een verbijzondering van de groep der splitvruchten. De vijfdelige splitvrucht splitst bij rijpheid in vijf deelvruchten die ieder een zaad bevatten. Dit deelvruchtje blijft met een reep aan de lange snavel verbonden. Van onderen naar boven laten deze repen met het de vrucht los. Dat loslaten gaat met kracht gepaard waarbij het zaadje uit de vrucht wordt weggeschoten. We spreken dan van een kluisvrucht (Heimans, Heinsius en Thijsse (1983) 22 ste druk: 576-577 met tekening). 

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 323.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 578-579.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Geránium sanguíneum.

In het Duitse spraakgebied: Blutroter Storchschnabel, Storchschnabelgewächse; cf Kosmos-Naturführer (2017). Rothmaler, W. (1981) duidt de soort aan als Blut-Storchenschnabel, Storchschnabelgewächse.