Video Determinatie

Zwarte els - Alnus glutinosa

Zwarte els of Alnus glutinosa, is een veel voorkomende boomsoort. Overal waar voldoende vocht aanwezig is, langs waterkanten, beek en rivieroevers, broekbossen en moerassen kunnen we deze boom aantreffen.

Makkelijke herkenningspunten zijn het donkere uiterlijk van de boom met enigszins paarse knoppen, de elzenproppen, dit zijn de verhoute vrouwelijke katjes, de enigszins kleverige ronde bladeren met een afgeknotte of zelfs iets uitgerande top. Ook de jonge takken zijn enigszins kleverig.

Mannelijke katjes zijn langwerpig tot breed lijnvormig en iets paarsrood van kleur.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Zwarte els, Alnus glutinosa (L.) Gaertnr, is een boom of struik uit de Berkenfamilie. De plant groeit op alle gronden, maar verkiest nattere plaatsen zoals waterkanten. Ze trekken veel water uit de grond en verdampen een groot deel daarvan. Ze hebben een vrij diep en uitgebreid wortelstelsel met wortelknollen. Deze knollen kunnen wel meer dan 5 cm (vuistdik) worden. Hierin leeft, in symbiose met de Els, een bacterie Frankia sp., die stikstof uit de atmosfeer kan binden, waarvan de gastheer profiteert.

Als boom kan de Zwarte els kan 24 m hoog worden, maar dat komt zelden voor. De boom is meestal meerstammig. De schors is zwart-bruin en sterk gegroefd. Jonge twijgen zijn enigszins driehoekig, ze dragen harsklieren waardoor ze enigs kleverig kunnen zijn. Dit in tegenstelling tot de takken van de Witte els die rond zijn op doorsnede en niet kleverig aanvoelen.

Als struik zie je de Zwarte els vaak in singels langs sloten, maar ook als hakhout tref je de soort aan. Op zeer natte bodem kunnen de zogenaamde Elzenbroekbossen voorkomen. Het grootste, pas in 1869 mede door sterke ontwatering ontgonnen oerbos in Nederland, was het Beekbergerwoud of Elzenbos ten zuidoosten van Apeldoorn.

De knoppen zijn kaal en staan op een steeltje. De Zwarte els is gemakkelijk te herkennen aan de grote ronde tot omgekeerde eironde bladeren. De top is stomp, uitgerand en de randen zijn grof dubbel gezaagd. De bladeren worden 4-11 cm lang en hebben vijf of zes nervenparen. De onderzijde is kaal met uitzondering van de nerfoksels. De jonge delen zijn kleverig.

De katjes met mannelijke bloemetjes kunnen als ze rijpen tot 12 cm lang worden. Ze beginnen te bloeien voordat er blad aan de boom komt. Elzenpollen is matig allergeen en aangezien de Zwarte els als een der eerste boomsoorten al in de winter begint te bloeien een van de hooikoorts veroorzakende boomsoorten.

De houtige, vrouwelijke katjes vallen niet uiteen bij rijpheid zoals bij de Berk (Betula). De vrouwelijke katjes zijn ovaal, deze zitten met drie tot vijf stuks samen en zijn gesteeld. De elzenproppen worden gevormd door de vrouwelijke bloemen. Het zijn de schutbladeren van deze bloemen die houtig geworden zijn. In hun oksels zitten de vruchten. De elzenproppen blijven tot anderhalf jaar aan de boom zitten. Elzen zijn dan ook in de winter gemakkelijk te herkennen door deze elzenproppen.

Het oranjekleurige hout van de Zwarte els is zeer bestand tegen verrotting, op voorwaarde dat het volledig ondergedompeld blijft.

MMGB_130319

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Berkenfamilie - Betulaceae
Plantengeslacht:
Els - Alnus
Plantvorm:
boom
Plantgrootte:
1.00 - 24.00 meter
Bloeiperiode:
Januari - Maart
Bloemkleuren:
geel, groen
Bloeiwijze:
katjes
Bloemvorm:
nvt
Bloemtype:
eenslachtig
Bloembladen:
-
Meeldraden:
4 meeldraden
Vruchtbeginsel:
onduidelijk
Stijlen:
2
Stempels:
2
Vrucht:
nootje
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
gegroefd, donkerbruin
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
rond, omgekeerd eirond
Bladrand:
dubbel gezaagd
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

In Nederland en België is Zwarte els zeer algemeen. Typische biotopen zijn waterkanten, beek en rivieroevers,broekbossen en moerassen. De boom komt vooral voor op vochtige en niet te voedselarme bodem.

De soort heeft een zeer groot verspreidingsgebied in geheel Europa maar niet in het uiterste noorden. Verder in het aangrenzende deel van West-Azië, doorlopend naar het Pontische gebied rond de Zwarte Zee, de Kaukasus en Noord-Irak, tenslotte in Noordwest-Afrika.

In Schaminee et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen wordt de Zwarte els genoemd als kensoort van de Klasse der Elzenbroekbossen [39]. In de volgende plantengemeenschappen is Zwarte els een frequent voorkomende soort:

39Aa1. Moerasvaren-Elzenbroek

39Aa2. Elzenzegge-Elzenbroek

40Aa2. Zompzegge-Berkenbroek

40Aa4. Goudveil-Essenbos

40Aa5. Vogelkers-Essenbos

De plantensoort 'Zwarte els' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Aan de Zwarte els zijn tot wel 3 generaties vrouwelijke katjes te ontdekken. Eerst de opvallende sterk verhoute zwarte katjes van vorig jaar waaruit de zaden zich verspreid hebben. Dan de onrijpe groene katjes van dit jaar en tenslotte de kleine vrouwelijke katjes voor volgend jaar.

De eenzadige vruchten (nootjes) hebben een met lucht gevulde zoom, waardoor de vruchten op het water kunnen blijven drijven, en zo aan de kant kunnen worden afgezet.

Aan de bladeren is vaak een patroon van vraat te zien, ronde gaten die veroorzaakt worden door een voor deze boom typische keversoort: het Elzenhaantje (Agelastica alni).

Meer informatie over de ecologie van Zwarte els, over Elzenbossen, en over de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 93.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 407.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 23ste druk: 131.

Uitspraak wetenschappelijke naam: Alnus glutinósa