Video Determinatie

Zwaluwtong - Fallopia convolvulus

Zwaluwtong of Fallopia convolvulus is gemakkelijk te herkennen aan de liggende groeivorm of habitus. Aan de soms meterslange geribde stengels staan de bladeren verspreid. De volgroeide bladeren zijn pijlvormig. Om de voet van de bladsteel zit een tuitje. Daaraan is te zien dat je te doen hebt met een soort uit de Duizendknoopfamilie. Want de plant is gemakkelijk te verwarren met een soort als Akkerwinde, zeker als die nog niet bloeit. De bloeiwijze van Zwaluwtong is een tros, met op verschillende hoogte schijnkransen van groenwitte bloemetjes.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een pioniersoort die vanwege de bladvorm zijn Nederlandse naam heeft gekregen is de Zwaluwtong, Fallopia convolvulus(L.) A.Löve, uit de Duizendknoopfamilie. Je vindt de plantensoort op akkers als een pionierend akkeronkruid, maar ook wel op zandige en ruderale gronden tot zelfs tussen de straatstenen toe in de stedelijke omgeving.

De eenjarige planten vormen een penwortel met een uitgebreid zijwortelstelsel. Ze liggen op de bodem en kunnen met hun tot meer dan een meter lange en liggende stengels behoorlijke oppervlakken bezetten. Uit de bladoksels kunnen zijstengels ontstaan die zich dan vaak oprichten, waardoor een plant toch een hoogte kan bereiken van tussen de 25 en 30 cm. De stengels zijn geribd en windend, dat wil zeggen dat ze een draaiing vertonen. Door het windend karakter kunnen ze zich soms aan andere planten omhoog werken.

De bladeren staan verspreid aan de hoofd- en zijstengels. De uitgegroeide bladeren zijn pijlvormige, langgerekt en driehoekig van vorm die uitlopen in een tamelijk gerekte spitse top. De bladvoet is meestal duidelijk pijlvormig en de naar achteren stekende lobben kunnen afgerond zijn, maar meestal zijn ze echt spits. Bij jonge bladeren kan de bladvoet nog afgerond zijn. De stelen en bladranden zijn wat papilleus, wat je goed kunt zien met een loep, maar wat je ook goed kunt voelen: ze zijn wat ruw. Om de voet van de bladsteel tref je een tuitje aan, één van de niet te missen kenmerken van de Duizendknoopfamilie.

Door de liggende habitus en de bladvorm lijken de planten wanneer ze nog niet bloeien wel wat op niet bloeiende Akkerwinde of Haagwinde. Dat vind je ook terug in de wetenschappelijke soortnaam convolvulus.

De trossen met bloemen die zowel aan het eind van de hoofdstengel, als aan de zijstengels in de bladoksels ontstaan, zijn onvertakt. Soms staat er maar een paar bloemetjes in zo'n bladoksel, ingeplant binnen het tuitje. De bloemen hebben twee reeksen van drie bloemdekbladen. De buitenste drie, vergelijkbaar met kelkbladen, zijn groenig van kleur en hebben een scherpe vouw. We noemen dat gekield. Tijdens de vruchtvorming blijven deze als een vruchtkelk om het nootje zitten. De binnenste drie bloemdekbladen, vergelijkbaar met een kroon, zijn meer wit van kleur. Binnenin staan 6 meeldraden en een bovenstandig vruchtbeginsel. Na bestuiving groeit dit laatste uit tot een vrucht, die wordt omgeven door de vruchtkelk. Deze vruchtkelk heeft drie smalle vleugels die in feite de licht uitgegroeide kiel zijn. Die smalle gekielde vleugels lopen niet door langs de vruchtsteel. Deze vruchtsteel is maar kort, zo'n 1-3 mm. Bij de Heggenduizendknop, die veel lijkt op de Zwaluwtong zijn de vleugels breed, lopen door langs de vruchtkelksteel en de vruchtstelen zijn meer dan 5 mm groot tot bijna een cm.

In de vrucht ontwikkelt zich een zwartkleurig driehoekig nootje. Dit is 4-5 mm groot en door een fijnkorrelig oppervlak dofzwart van kleur.

MM_141024

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Duizendknoopfamilie - Polygonaceae
Plantengeslacht:
Kielduizendknoop - Fallopia
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.05 - 0.30 meter
Bloeiperiode:
Juni - Oktober
Bloemkleuren:
wit, groen
Bloeiwijze:
-
Bloemvormen:
drietallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
3 bloemdek (kelkbladen), 3 bloemdek (kroonbladen)
Meeldraden:
6 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
nootje
Zaden:
-
Stengel:
geribd of geribbeld
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
pijlvormig, driehoekig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
penwortel
Plantengemeenschappen:

Het areaal van de Zwaluwtong wordt gevormd door de gematigde streken van Europa, Azië en Noord-Amerika. Het is een echte cultuurvolger en behoort daarmee tot onze akkeronkruiden. Ze is te vinden op open zandige akkerbodems, maar ook op andere plaatsen waar omgewerkte grond te vinden is vestigt de pioniersoort zich. De plantengemeenschappen waarin de Zwaluwtong in onze contreien te vinden is worden in Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland beschreven.

30 Klasse der Akkergemeenschappen

30Aa Naaldenkervel-verbond

30Aa1 Stoppelleeuwenbekjes-associatie

30Aa2 Nachtkoekoeksbloem-associatie

30Ab1 Associatie van Grote ereprijs en Witte krodde

30Ba Windhalm-verbond

30Ba1 Korensla-associatie

30Ba2 Associatie van Ruige klaproos

30Bb1 Associatie van Gele ganzenbloem

31Aa2 Associatie van Raketten en Kompassla

De plantensoort 'Zwaluwtong' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Zwaluwtong en Heggenduizendknoop lijken in een aantal kenmerken heel veel op elkaar; maar de vruchten zijn duidelijk anders en de Heggenduizendknoop kan tot een aantal meters hoog in de begroeiing reiken. Zwaluwtong blijft vaak op de bodem van de akker liggen, en kan daar behoorlijk lange stengels hebben, die wel in de vegetatie omhoog kunnen winden, maar lang niet zo hoog als de Heggenduizendknoop. Het beste verschil is tussen de vruchten van beide plantensoorten te zien.

De zaden kiemen zowel vroeg in het voorjaar als ook wel alter in het jaar. De meest krachtige planten zijn die die in het voorjaar zijn gekiemd. Ze kunnen gemakkelijk concurreren met de eventueel ingezaaide gewassen, zoals graan en zijn weinig gevoelig voor herbiciden. De zaden zijn vrijwel niet doordringbaar voor chemicaliën, dus ook niet voor bestrijdingsmiddelen. Omdat ze enige tijd kiemkrachtig blijven worden ze door grondbewerking naar boven in de bodem gebracht en kunnen dan kieming.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Fallópia convólvulus.

Meer informatie over de ecologie van de Zwaluwtong en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 143-144.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 274.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 407.