Video Determinatie

Wilde kardinaalsmuts - Euonymus europaeus

Aan de groen blijvende bast van stammen, takken en twijgen is de Wilde kardinaalsmuts, Euonymus europeus, ook te herkennen als de weinig opvallende bloemen er nog niet zijn. Na de ontwikkeling van de vruchten herken je de soort helemaal gemakkelijk want de rood en oranje gekleurde mutsvormige vruchten vallen erg op in de loofbossen waar de soort staat.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Het meest opvallende aan de Wilde kardinaalsmuts, Euonymus europeus L., uit de Kardinaalsmutsfamilie zijn wel de rood en oranje gekleurde vruchten.

Deze doosvruchten ontstaan door het uitgroeien van de bovenstandige vruchtbeginsels die te vinden zijn in de weinig opvallende licht geelgroen, bijna wit gekleurde kleine bloemen. De bloemen staan in zeer armbloemige bijschermen, maar kunnen allemaal samen soms een mooie sluier over de struik vormen. De bloemen zijn viertallig en meestal niet meer dan een cm groot. De vier meeldraden staan afwisselend tussen de lijnvormige kroonbladen. Dit is ingeplant op een discus aan de voet van het bovenstandige vruchtbeginsel. Deze discus scheidt nectar af waar korttongige insecten, zoals vliegen en kevers, op afkomen. Deze likken de nectar op en bestuiven en passant de bloemen. Na bevruchting groeit het vruchtbeginsel uit tot een doosvrucht. De witte zaden hebben een oranje zaadmantel en de vruchtwand is rood. Nog meer vallen ze op als de zaden aan witte draden uit de rode vrucht hangen. Allerlei vogels eten deze en dragen zo bij aan de verspreiding van de soort.

Voor mensen zijn deze overigens giftig!

De stammen, takken en twijgen houden een groene bast. Op de bast vormt zich vaak wat kurk, waardoor de twijgen vierkantig aanvoelen. De twijgen staan vaak tegenoverstaand aan de takken en meestal onder een hoek van bijna negentig graden. Deze kruisvormige bouw valt ook erg op. De bladeren staan tegenover elkaar aan de twijgen en meestal ook nog om en om, zodat je bijna altijd van een kruisgewijze bladstand kunt spreken. De bladeren zijn hun steunblaadjes al snel kwijt. Ze komen iets voor de bloei te voorschijn. Opvallend is het uitbundige sint-janslot, een weelderige tweede periode van uitbotten na 24 juni. De kleur van de bladeren is wat lichter groen dan die van de twijgen en takken. De bladeren zijn elliptisch van vorm, hebben een korte steel en een wigvormige voet en de top is spits. De rand is heel fijn gezaagd.

MM_130627

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Kardinaalsmutsfamilie - Celastraceae
Plantengeslacht:
Kardinaalsmuts - Euonymus
Plantvorm:
struik
Plantgrootte:
1.50 - 6.00 meter
Bloeiperiode:
Mei - Juni
Bloemkleuren:
lichtgeel, witachtig, lichtgroen
Bloeiwijze:
bijscherm
Bloemvormen:
viertallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
4 kelkslippen, 4 kroonbladen
Meeldraden:
4 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
glad, grijsgroen
Bladstanden:
tegenoverstaand en kruisgewijs, tegenoverstaand
Bladvorm:
elliptisch
Bladrand:
fijn gezaagd
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

Het verspreidingsgebied van de Wilde kardinaalsmuts strekt zich uit over Europa en West-Siberië. De struik komt voor in loofbossen, struweelranden, zomen, hagen en heggen, en ook in de struwelen in de binnenduinen. In Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland wordt de Wilde kardinaalsmuts beschreven als een belangrijke kensoort van de plantengemeenschappen

37Ab1 Associatie van Sleedoorn en Eenstijlige meidoorn

37Ac3 Associatie van Wegedoorn en Eenstijlige meidoorn

37Ac5 Associatie van Hazelaar en Purperorchis

43Aa1 Abelen-Iepenbos

De plantensoort 'Wilde kardinaalsmuts' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Wilde kardinaalsmuts is vaak sterk aangevreten door stippelmotten; ook vallen de enorme geweefde draadweefsels van deze soort op waarbinnen het krioelt van de larven. Toch overleeft de soort deze vraat en dat komt vooral door de weelderige ontwikkeling van sint-janslot en waterlot. De plant heeft op die manier een groot regeneratievermogen.

Wilde kardinaalsmuts heeft nog een opvallende bijzonderheid. De struik kan eenhuizig zijn met tweeslachtige bloemen. De meeldraden rijpen in dit geval eerder uit dan de vruchtbeginsels. Zo wordt ervoor gezorgd dat er alleen kruisbestuiving kan optreden. Het komt ook voor dat je met eenhuizige struiken te doen hebt, waarop bloemen met alleen meeldraden én bloemen met alleen vruchtbeginsels voorkomen.

Maar de struik doet zich ook voor als een tweehuizige plant. Dan vind je aan een struik óf alleen bloemen met meeldraden óf alleen bloemen met vruchtbeginsels. Aan de mannelijke struiken vind je dan uiteraard geen rode-oranje mutsen.

Helemaal bijzonder is dat Wilde kardinaalsmuts ook veeltelige planten kent. Bij deze planten vind je tweeslachtige bloemen én bloemen die of alleen functioneel mannelijk of alleen functioneel vrouwelijk zijn. Deze veeltelige planten zijn dus in ieder geval ook eenhuizig!

Uitgebreidere informatie over de ecologie van Wilde kardinaalsmuts en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 172-173.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 333.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 610.

Uitspraak (accenten) Euónymus europáeus