Video Determinatie

Tuinbingelkruid - Mercurialis annua

De mannelijke planten van Tuinbingelkruid, Mercurialis annua, zijn gemakkelijk en snel te herkennen aan de aarvormige bloeiwijzen met veel dicht op elkaar staande lichtgroene en eenvoudige meeldraadbloemen. Ze steken boven de vertakte planten uit en steken af met hun lichtgroene kleur tegen de iets donkerder gekleurde bladeren. De vrouwelijk bloeiende planten zijn eigenlijk alleen aan de bladeren te herkennen, omdat de kleine vrouwelijke stamperbloemen in de oksels staan van de bladeren. De planten hebben geen melksap.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een plantensoort uit de Wolfsmelkfamilie, die je in eerste instantie niet als zodanig herkent, is Tuinbingelkruid, Mercurialis annua L..

Het is een plant die een rechtopstaande, meestal sterk vertakte stengel heeft. Die stengel is kantig en kaal. Op doorsnee is te zien dat de stengel gevuld is en de verdeling van de vaatbundels heel verschillend kan zijn. Soms is een kruisvormige figuur zichtbaar. De hoofdstengel en de zijstengels die in de oksels van de bladeren bovenin de plant ontwikkelen lopen, als het om de mannelijke planten gaat, uit in een aarvormige bloeiwijze, die daardoor lang gesteeld is. In deze bloeiwijze staan veel kleine bloemen in gedrongen kransen. De mannelijke bloemen hebben een bloemdek dat uit drie kleine lichtgroene blaadjes bestaat. In deze bloemen staat een groot aantal meeldraden, wel 8-12. De helmknoppen kleuren bij het opengaan van de bloemen geel, maar worden na uitrijpen zwart van kleur en de helmhokken staan dan open. Met een loep is dit goed te zien.

De planten bevatten geen melksap en dat maakt het nog moeilijker om ze te herkennen als een soort uit de Wolfsmelkfamilie. Maar de vrouwelijke bloemen, die alleen of in zeer kleine groepjes in de oksel van de bladeren van de vrouwelijke planten staan ontwikkelen na bevruchting, die meestal via de wind plaatsvindt, een tweedelige vrucht die in vorm veel lijkt op de vruchten van de Wolfsmelken. Deze vrucht is tot 4 mm breed en behaard. Op de vrucht zijn de stijl en twee stempels vaak nog goed zichtbaar.

Aan de stengel staan de bladeren tegenover elkaar en het lijkt soms wel wat op een kruisgewijze bladstand. De bladeren zijn lichtgroen tot groen van kleur. Ze zijn veernervig, aan de voet eirond en naar de top breed langwerpig waarbij ze geleidelijk overgaan in de spits. Ze zijn onbehaard met soms een lichte beharing langs de bladrand. Deze bladrand is gekarteld tot gezaagd. De zijnerven buigen voor de bladrand af. De voet van de bladeren kan enigszins scheef zijn, dat betekent dat de bladhelften op verschillende plekken aan de middennerf raken. De bladschijf loopt langs de bladsteel door als een hele smalle lijst. Naast de aanhechtingsplaats van de bladsteel aan de stengel staan heel kleine priemvormige steunblaadjes. En onder deze aanhechtingsplaats zijn bij enkele bladeren twee zwarte klierpuntjes zichtbaar. Daaraan is de soort ook te herkennen als er nog geen bloeiwijze te zien is.

Tuinbingelkruid staat zoals de naam al doet vermoeden in moestuinen, op akkers, langs heggen op voedselrijke grond, waar bijvoorbeeld regelmatig wordt geschoffeld.

MM_140309

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Wolfsmelkfamilie - Euphorbiaceae
Plantengeslacht:
Bingelkruid - Mercurialis
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.20 - 0.40 meter
Bloeiperiodes:
Juni - November, December - Maart
Bloemkleur:
lichtgroen
Bloeiwijze:
aar
Bloemvorm:
drietallig
Bloemtype:
eenslachtig
Bloembladen:
3 bloemdek
Meeldraden:
10 of meer
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
kluisvrucht
Zaden:
-
Stengels:
geribd of geribbeld, rechtopstaand, gevuld, kantig
Schors:
-
Bladstand:
tegenoverstaand
Bladvormen:
driehoekig, langwerpig
Bladranden:
gezaagd, gekarteld
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

Het areaal van Tuinbingelkruid omvat het midden en zuiden van Europa tot in de Kaukasus. Het is een cultuurvolger, wat blijkt uit zijn standplaats: bouw- en akkerland, moestuinen, waar de mens actief is. Ook aan de voet en op muren kan de soort voorkomen. De plant werd door de mens verspreid en soms ook wel gekweekt, omdat er een zekere medicinale kracht van zou uitgaan. Maar dat is twijfelachtig. De verspreiding naar het noorden loopt ongeveer tot de lijn Zierikzee-Deventer. Dit is goed zichtbaar aan de verspreiding van de in Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland beschreven

30Ab2 Tuinbingelkruid-associatie

De plantensoort 'Tuinbingelkruid' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Op 9 maart 2014 bij de ingang Hompesche molen aan de Stevolplas (of Molenplas) in Ohe en Laak hebben we een forse, 40 cm hoge mannelijk bloeiende plant van Tuinbingelkruid gevonden tegen de stenen pendant van het toegangshek. De bloeitijd van Tuinbingelkruid loopt van Juni tot in de herfst, maar tijdens zachte winters, zoals de winter 2013-2014 er een was, bloeien de planten na de herfst door tot in het voorjaar.

Voor meer uitgebreide informatie over de relaties met andere organismen, het milieu en de ecologie van Tuinbingelkruid verwijzen wij naar Weeda, E.J. et al., (1988) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 3: 9-10.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 344.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 623. In deze flora wordt de soort Eenjarig bingelkruid genoemd.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Mercuriális ánnua.