Video Determinatie

Stijf havikskruid - Hieracium laevigatum

In halfbeschaduwde wegbermen en langs bospaden kun je een aantal Havikskruiden aantreffen, waaronder Stijf havikskruid, Hieracium laevigatum. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Muizenoor hebben deze Havikskruiden geen bovengrondse uitlopers. De meerjarige planten van Stijf havikskruid bloeien pas vanaf de zomer tot in de herfst. De behaarde, maar niet kleverige planten hebben een bovenin vertakte stengel. De omwindselblaadjes liggen tegen de bloemhoofdjesbodem aan. De verspreid staande bladeren zijn langwerpig en hebben een gave rand tot enigszins bochtig getande rand.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Onder meer in de droge bermen van een laanbeplanting komt Stijf havikskruid, Hieracium laevigatum Willd., uit de Composietenfamilie voor. Het is het meest algemene Havikskruid, maar ook het meest veelvormig in uiterlijk van de soorten uit het ondergeslacht Hieracium. Het lijkt enerzijds op Dicht havikskruid, maar ook op Schermhavikskruid en Boshavikskruid.

De meerjarige, overblijvende planten zijn behaard en hebben melksap. Ze vormen geen bovengrondse uitlopers. De plant ontwikkelt eerst een rozet van wortelstandige bladeren. Na tenminste een jaar ontwikkelt de plant een rechtopstaande stengel, die niet kleverig is en ook niet al te sterk vertakt. Dan blijft er van de wortelstandige bladeren bijna niets meer te zien. Deze bladeren zijn dan verwelkt of afgestorven, hooguit is nog een enkel blad van de rozet over. Aan de rechtopstaande stengel zijn meer dan 6 verspreid staande bladeren te vinden. Ze zijn naar de voet toe versmald tot zittend, maar zeker niet halfstengelomvattend. Deze bladeren staan in het midden van de stengel niet opvallend dicht bij elkaar, zoals we dat bij het Boshavikskruid zien. De grootste breedte van de langwerpige, elliptische bladeren vind je in het midden of net iets onder het midden van het blad. Zeker niet bij de voet van het blad. De rand van de bladeren is gaaf tot grof getand

Tijdens de bloei liggen de omwindselblaadjes aan tegen de bloemhoofdjesbodem. Je ziet nauwelijks teruggebogen toppen aan de omwindselblaadjes. Wel heeft een deel van de de omwindselblaadjes een duidelijke spits. Als er al klierharen op te vinden zijn zijn deze kort. De gele bloemen zijn allemaal lintbloemen en hebben gele tot bruine, maar zeker geen zwarte stijlen, zoals we bij Boshavikskruid vinden.

Na de bloei groeien de onderstandige vruchtbeginsels uit tot nootjes. Deze nootjes zijn langer dan 2,5 mm en hebben geen tandjes aan de top van de ribben; daardoor is de top een onduidelijke ring. Pappus bestaat uit twee rijen; de pappusharen zijn glad of hooguit fijn getand. Als de nootjes de bloemhoofdjesbodem verlaten hebben, zijn de putjes op de bloemhoofdjesbodem zichtbaar waar de nootjes aangehecht hebben gezeten. Rond de putjes zijn tanden zichtbaar. Deze zijn niet verlengd in lange haren.

MM_131118

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Composietenfamilie - Asteraceae
Plantengeslacht:
Havikskruid - Hieracium
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.15 - 1.20 meter
Bloeiperiode:
Juli - September
Bloemkleur:
geel
Bloeiwijze:
hoofdje
Bloemvormen:
composietenbloem, lintvormig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
5 vergroeid met elkaar
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
nootje
Zaden:
-
Stengels:
hol, rechtopstaand, behaard
Schors:
-
Bladstanden:
rozet, verspreid
Bladvormen:
elliptisch, langwerpig
Bladranden:
getand, grof bochtig getand
Ondergronds delen:
penwortel
Plantengemeenschappen:

Stijf havikskruid vind je de gematigde en koude zone van het noordelijk halfrond op beschaduwde droge en voedselrijke, zandige plaatsen. De bodem is licht zuur tot neutraal. Verder in lichte bossen, grazige bermen en heidevelden; ook op muren en in schraalland. Het is algemeen in de hogere delen van de Benelux; ook in Zuid-Limburg en de aangrenzende delen van België. Als begeleider van spoorwegen dringt het door in de meer kleiige delen van onze landen. In Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland, wordt Stijf havikskruid ingedeeld in

18 Klasse van Gladde witbol en Havikskruiden

18Aa Verbond van Gladde witbol en Havikskruiden

18Aa1 Associatie van Hengel en Gladde witbol

18Aa2 Associatie van Boshavikskruid en Gladde witbol

De plantensoort 'Stijf havikskruid' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Stijf havikskruid is een zogenaamde apogame plant. Dit houdt in dat de vrucht zich ontwikkelt en het zaad rijpt door een inwendige oorzaak in de plant, zonder dat er bestuiving of bevruchting nodig is. We zien dat ook bij de Paardenbloem. Het gevolg hiervan is dat er geen uitwisseling van eigenschappen plaatsvindt zoals dat bij normale kruisbestuiving gebeurt. Alle nakomelingen zijn daardoor volkomen gelijk aan elkaar en de moederplant. Het zijn dus klonen van elkaar. Dit verschijnsel heet ook apomixie.

Als u geïnteresseerd bent in meer uitgebreide gegevens over de ecologie van Stijf havikskruid, de relaties met andere organismen en het milieu, dan vindt u dat in Weeda, E.J. et al., (1991) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 4: 204.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 636.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 1121-1122.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Hierácium laevigátum.