Video Determinatie

Sporkehout - Rhamnus frangula

De algemeen in verschillende bostypen voorkomende struiken van het Sporkehout, Rhamnus frangula, is goed herkenbaar aan de armbloemige trosjes met groenachtig tot witte bloemetjes die in de oksels van bladeren staan. De gaafrandige bladeren staan verspreid aan de takken. De besachtige vruchten kleuren van helder groen eerst rood en later zwart.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Het zeer algemeen Sporkehout, Rhamnus frangula L., uit de Wegedoornfamilie, vind je in lichte loof- en naaldbossen maar ook in droge tot natte struwelen en moerasbossen en op kapvlakten. Soms zelfs op tamelijk droge en open zandgrond. Het is een kleine struik of boom met een brede ecologische amplitude. Dat noemen we wel een euryoke soort.

Zowel de bladeren als de takken van Sporkehout staan verspreid en op de takken vinden we geen doorns. Deze laatste kunnen bij de nauwverwante Wegedoorn wel voorkomen.

De bladeren hebben een elliptische tot eironde vorm en de middennerf van het veernervig blad eindigt in een punt. De rand van de bladeren is gaaf. De nerven hebben de neiging om naar de bladrand toe naar voren te buigen.

De regelmatige vijftallige bloemen zitten met een klein aantal als een trosje bij elkaar in de oksel van een blad. Ze zijn allemaal tweeslachtig. De kroonbladen hebben een groenachtige tot witte kleur. Kroonbladen staan ingeplant op de kelkbeker en de vijf meeldraden staan voor de kroonbladen op diezelfde beker ingeplant. Er is een ongedeelde stijl. Na bezoek door insecten als vliegen, bijen, wespen en kevers kan het bestoven vruchtbeginsel uitgroeien toe een besachtige steenvrucht, die aanvankelijk rood, maar later zwart kleurt. Ook is waargenomen dat er soms zelfbestuiving optreedt.

Sporkehout heeft een voorkeur voor een zure, natte tot vochtige bodem in allerlei bostypen. Uit afgehakte of gezaagde takken groeit Sporkehout weer snel uit. Daar lijkt de Nederlandse naam van afkomstig te zijn: in Sporkehout is sprokkelhout te herkennen.

MM_130101

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Wegedoornfamilie - Rhamnaceae
Plantengeslacht:
Vuilboom - Rhamnus
Plantvorm:
struik of boom
Plantgrootte:
1.50 - 3.00 meter
Bloeiperiode:
Mei - September
Bloemkleuren:
wit, groen
Bloeiwijze:
tros
Bloemvormen:
vijftallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 onduidelijk, 5 kroonbladen
Meeldraden:
5 meeldraden
Vruchtbeginsel:
halfonderstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
steenvrucht
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
zwartpaars, donkerbruin
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
elliptisch, eirond, ovaal
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

Het verspreidingsgebied van deze algemene struik omvat Europa en het westen van Siberië. Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland, geven de plantengemeenschappen weer waarin Sporkehout een belangrijke rol speelt:

11Ba2 Moerasheide, zoete subassociatie

18Aa1 Associatie van Hengel en Gladde witbol

36Aa Verbond der Wilgenbroekstruwelen

40Aa Verbond der Berkenbroekbossen

41Aa3 Kussentjesmos-Dennenbos

42Aa1 Berken-Eikenbos

43Ab1 Eiken-Haagbeukenbos

De plantensoort 'Sporkehout' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

De schors van Sporkehout, die ook wel Vuilboom wordt genoemd, werd vroeger als laxeermiddel gebruikt.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van Sporkehout en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 178.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 398.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 613-614.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Rhámnus frángula