Video Determinatie

Speerdistel - Cirsium vulgare

Aan zijn stevige stekels aan het uiteinde van de lobben van de geveerde bladeren en aan het vrijwel steeds voorkomen van slechts een hoofdjes met lichtpaarse tot rode buisbloemen is de Speerdistel, Cirsium vulgare, gemakkelijk te herkennen. Deze zeer algemene soort uit het geslacht Vederdistel tref je aan op omgewerkte grond.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een opvallende soort onder de Vederdistels is de Speerdistel, Cirsium vulgare (Savi) Ten., die als forse plant tot wel 1,20 m hoog kan worden. Na de kieming ontstaat er een rozet, die kan uitgroeien tot een omvang met een doorsnede van wel 1 meter. In het tweede jaar kan uit deze rozet een vertakte stengel ontstaan. Maar als het in de winter stevig vriest, kan de rozet grotendeels bevroren raken. In dat geval zal het nog minstens een extra jaar duren waarin de rozet zich weer herstelt en voldoende reserves kan opbouwen om in een daaropvolgend jaar verder uit te groeien en te gaan bloeien. Het is een twee- tot meerjarige plant.

Aan de stengels en zijtakken zitten diep ingesneden geveerde bladeren. Ze zijn grijsgroen van kleur en de randen zijn bochtig getand waarbij de slippen uitlopen in stevige, gele tot 5 mm lange stekels, die erg kunnen prikken. De bovenkant van de bladeren is bezet met stijve borstelvormige haren, waardoor deze ook prikkend aanvoelen. De bladeren lopen in vleugels langs de stelen af wat zich voortzet langs de stengels.

Op de stengels zijn ook vleugels met stekels. Bovenaan de stengels tref je meestal een hoofdje aan met daarin rood tot lilapaarse buisbloemen. Deze kunnen tot 3 cm groot zijn. Het omwindsel heeft de vorm van een buikige fles, met de grootste breedte onderin het omwindsel. Hierin onderscheidt de Speerdistel zich van de Akkerdistel, die ook een meer trosvormige bloeiwijze heeft boven aan de stengels. De omwindselblaadjes van de Speerdistel zijn recht en lopen van de voet spits uit in een stekelpunt.

De algemeen voorkomende Speerdistel kiemt op zeer vochtige, open bodem die voedselrijk is. Je komt haar dan ook tegen op kapvlakten, dijkhellingen, bermen, duinen en in lichte loofbossen.

MM_121128

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Composietenfamilie - Asteraceae
Plantengeslacht:
Vederdistel - Cirsium
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.60 - 1.20 meter
Bloeiperiode:
Juli - Augustus
Bloemkleuren:
paars, rood, lila
Bloeiwijze:
hoofdje
Bloemvormen:
composietenbloem, buisvormig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
5 vergroeid met elkaar
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
nootje
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, gestekeld
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
ingesneden, samengesteld
Bladrand:
stekelig getand
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

Speerdistel stamt uit Europa en West-Siberië en is overal ter wereld verspreid in de gematigde streken. In Nederland en België is ze een algemene soort. Ze is een kensoort van de ruderale plantengemeensschappen en komt daarin als kensoort tezamen met de Kruldistel voor, maar zoals in Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland, beschreven is treedt Speerdistel ook op drooggevallen zandplaten in het kustgebied op in een droge variant van

27Aa2 Associatie van Strandduizendguldenkruid en Krielparnassia

31 Klasse der Ruderale gemeenschappen.

De plantensoort 'Speerdistel' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Tijdens de groei neemt Speerdistel veel stikstof uit de bodem op, zodat de bodem voedselarm wordt. Na een paar jaar kunnen er daardoor geen Speerdistels meer op groeien, als er geen aanvoer is geweest van mineralen, met name stikstof. Pas als de afgestorven planten vergaan zijn en er weer voldoende stikstof in de bodem is gekomen kan de soort weer kiemen en te voorschijn komen.

Als u geïnteresseerd bent in meer uitgebreide gegevens over de ecologie van de Speerdistel, de relaties met andere organismen en het milieu, dan vindt u dat in Weeda, E.J. et al., (1991) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 4: 134.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 619.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 1011 en 1095.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam; Círsium vulgáre