Video Determinatie

Schaduwgras - Poa nemoralis

Vooral in beschaduwde bosranden en in bossen op rijkere bodem kun je de ijle pluimen vinden van Schaduwgras, Poa nemoralis. Dit gras vormt losse tot niet al te dichte zoden. De bladeren aan de stengel staan allemaal onder een hoek van 60 graden naar boven, wat aan andere beemdgrassen nooit zo duidelijk is te zien. De aartjes kunnen vaak weinig bloemen bevatten. De pluim hangt altijd wat over en na de bloei trekken de pluimtakken weer samen.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Schaduwgras, Poa nemoralis L., hoort tot het geslacht Beemdgras uit de Grassenfamilie. Het Schaduwgras groeit in losse pollen zonder wortelstokken op halfbeschaduwde plaatsen in struweel en loofbos. Het kan ook massaal voorkomen op kapvlakten in bossen. De tot bijna een meter hoog wordende planten vallen op door hun ijle pluim, die vaak overhangend is. In de aartjes kunnen 2-6 kleine bloemetjes voorkomen, maar soms vind je in alle aartjes maar twee bloemetjes. Na de bloei kan de pluim zich weer redelijk samentrekken.

De bladscheden van Schaduwgras zijn in tegenstelling tot de meeste beemdgrassen een beetje afgerond tot flauw gekield. De bovenste bladeren staan schuin omhoog vaak in een hoek van 60 graden met de stengel. De lange wat stijve bladen zijn hooguit 2,5 tot 3 mm breed en lopen aan het eind uit in een punt. Het voor de beemdgrassen typische bootvormige of kapvormige bladeinde is daardoor veel minder uitgesproken.

Schaduwgras heeft een groot areaal, namelijk de gematigde streken van het noordelijk halfrond. In Zuid-Afrika en zuidelijk Zuid-Amerika is het ingevoerd. In ons land is het vrij algemeen in het zuidoosten en in de binnenduinrand. Het valt in Zuid-Limburg en het gebied rond Nijmegen op doordat het in de rand van holle wegen staat en vaak aan de voet van de hellingbossen. Dat zijn plekken die wel vochtig maar niet te nat zijn en met een redelijke voedselrijkdom. Ook tref je het aan langs beekoevers.

MM_110507

Laatste wijziging 130730

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Grassenfamilie - Poaceae
Plantengeslacht:
Beemdgras - Poa
Plantvorm:
gras
Plantgrootte:
0.30 - 0.90 meter
Bloeiperiode:
Juni - September
Bloemkleur:
strokleurig
Bloeiwijze:
pluim
Bloemvorm:
grasbloem
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
2 kelkkafje, 2 kroonkafje
Meeldraden:
3 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
graanvrucht of korrel
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
-
Bladstanden:
in twee rijen, nauwelijks pollen vormend
Bladvorm:
lijnvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
bijwortelstelsel
Plantengemeenschappen:

Het verspreidingsgebied van Schaduwgras wordt gevormd door de gematigde en koudere streken van het noordelijk halfrond. Het is door de mens ingevoerd in het zuiden van Zuid-Amerika en in Zuid-Afrika. Het is een typische soort die in de halfschaduw goed gedijt, vandaar dat je Schaduwgras in de beschaduwde rand van bossen vindt en in bossen op plaatsen die niet in de volle zon staan.In Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland wordt het beschreven als een belangrijke soort in

33Aa4 Associatie van Look-zonder-look en Dolle kervel

43 Klasse der voedselrijke Eiken- en Beukenbossen

43Ab1 Eiken-Haagbeukenbos

De plantensoort 'Schaduwgras' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Schaduwgras heeft de beste condities om zich goed te ontwikkelen op plaatsen waar niet al te veel boomblad blijft liggen op de bosgrond. Daar treedt oppervlakkige uitloging van de bodem op en dat is gunstig voor dit gras.

Nog meer informatie over de ecologie van Schaduwgras en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 5: 95.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 214.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 284.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Póa nemorális