Video Determinatie

Ruw vergeet-mij-nietje - Myosotis ramosissima

Gemakkelijk te herkennen is Ruw vergeet-mij-nietje aan zijn zandige en droge standplaatsen. Verder aan het deel van de  bloeiwijzestengel, dat aan het eind van de bloei in de voorzomer, veel langer is dan het bebladerde deel van de bloeistengel onder de bloeiwijze. Ook de diepblauwe kleur van de zomen van de kleine bloemen met hun geel hart is opvallend. De stelen van de vruchtkelken staan verder onder een hoek van meer dan 60 graden af van de bloeistengel en de steel van de vruchtkelken is ongeveer even lang als de lengte van de vruchtkelken.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Onder de kleinere Vergeet-mij-nietjes hoort naast Akkervergeet-mij-nietje ook het daarop behoorlijk vele lijkende Ruw vergeet-mij-nietje, Myosotis ramosissima Schult., uit de Ruwbladigenfamilie.

De eenjarige plant ontwikkelt in de herfst voor dat de winter begint een kleine rozet met wat langwerpige bladeren. Het is dus een winterannuel. Uit de rozet ontwikkelen zich na de winter de bloeistengel met daaraan verspreid staande zittende langwerpige niet al te grote bladeren. De bladeren zijn flink bezet met recht afstaande haren. Vooral is dit goed te zien op de middennerf aan de onderzijde van het blad. De bloeistengel ontwikkelt aan de top een schicht met bloemen. Deze is aanvankelijk opgerold, maar strekt zich naarmate de bloei van de bloemen van beneden naar boven in de schicht vordert.

Ruw vergeet-mij-nietje maakt tegen het eind van de bloei een zeer ijle indruk en de bloeiwijze neemt minstens driekwart van de hoogte van de plant in. De bloemkroon is hoogstens 3 mm in doorsnede en de zoom is dieper blauw dan bij de drie andere kleine Vergeet-mij-nietjes. De kroonbuis is meestal iets korter dan de kelk. De kroonbuis is afgesloten door de gele keelschubben. De vruchtstelen staan van de bloeiwijze as af onder een hoek van 60-90 graden en zijn vaak ook nog enigszins gekromd, zodat de vruchtkelk opzij of schuin naar onderen wijst. De steel is ongeveer even lang als de kelk of iets korter. De as van de schicht is tussen de rijpe vruchtkelken heen en weer gebogen. De vruchtkelk is klokvormig en hoogstens anderhalf maal zo lang als breed. De haakvormige haren op de kelk zijn heel opvallend.

MM_141227

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Ruwbladigenfamilie - Boraginaceae
Plantengeslacht:
Vergeet-mij-nietje - Myosotis
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.05 - 0.35 meter
Bloeiperiode:
April - Juni
Bloemkleuren:
geel, blauw
Bloeiwijze:
schicht
Bloemvormen:
vijftallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 vergroeide kelkbladen, 5 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
5 vergroeid met de kroonbladen
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
nootje
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, behaard
Schors:
-
Bladstanden:
rozet, verspreid
Bladvormen:
spatelvormig, enkelvoudig (gewoon blad), langwerpig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

Het areaal of verspreidingsgebied van Ruw vergeet-mij-nietje omvat Europa het noordelijk Atlasgebied van Afrika en het zuid-westen van Azië. Het is een soort die als pioniersoort voorkomt op droge, maar wel enigszins kalkhoudende, en mineraalrijke zandgronden van stuifduingebieden, zowel in de duinen langs de kust, in rivierduinen als ook aan de zandige vlakten langs de IJsselmeerranden van Flevoland en droge akkers en bermen.

In Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland wordt Ruw vergeet-mij-nietje beschreven als een Ordekensoort binnen de Klasse van de droge graslanden op zandgrond en meer specifiek als kenmerkende soort van

14Ca Duinsterrertjes-verbond

14Ca1 Duinsterretjes-associatie

De plantensoort 'Ruw vergeet-mij-nietje' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

De meest krachtig uitgegroeide exemplaren van Ruw vergeet-mij-nietje vind je in de duinen en dan opvallend op plekken waar nogal wat mest terecht komt van bijvoorbeeld meeuwen. De plant houdt van een wat rijkere mineraal-houdende droge zandgrond, die juist daar te vinden is. Dat verklaart ook dat je de soort kunt vinden op richels en kale plekken op het krijt van bijvoorbeeld Zuid-Limburg. Het is daar ook te vinden op löss-afzettingen en op grindbodems. Als de bemesting echter te sterk wordt, wordt Ruw vergeet-mij-nietje overwoekerd door soorten als Grote brandnetel.

Anekdotisch is wellicht de legende hoe het plantje aan zijn naam Vergeet-mij-nietje is gekomen. Tijdens de schepping kregen alle planten hun naam en ze prentten die natuurlijk goed in hun geheugen. Maar het blauwe bloemetje met zijn geel hartje vergat zijn naam. Het vroeg aan de andere bloemen of zij zich zijn naam konden herinneren, maar dat was niet zo en het plantje moest terug naar de Schepper en bekennen dat het zijn naam kwijt was. De Schepper stak vermanend zijn vinger op naar de plant en sprak: "Vergeet-Mij-niet". Uiteraard schaamde de plant zich en vergat zijn naam niet meer (Kleijn, H., 1970: Planten en hun naam, 196).

Voor meer uitgebreide informatie over de relaties met andere organismen, het milieu en de ecologie van het Ruw vergeet-mij-nietje verwijzen wij naar Weeda, E.J. et al., (1988) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 3: 135-136.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 471.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 846-847.

Kleijn, H., (1970) Planten en hun naam: 194-196.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Myosótis ramosíssima.