Video Determinatie

Rode kornoelje - Cornus sanguinea

In onze struwelen en bosranden vind je vaak exemplaren van de Rode kornoelje, Cornus sanguinea L.. Vooral tijdens de bloei valt de struik op door de schermvormige bloeiwijzen van roomwitte bloemetjes. Later als de vruchten zijn uitgegroeid, herken je de struik aan de blauwzwarte bessen. In het najaar tijdens de tweede bloeiperiode zie je de witte bloeischermen van de tweede bloei tegelijk aan de struik met de schermen met bessen uit de eerste bloeiperiode. Rode kornoelje is ook aan het blad goed te herkennen. De zijnerven buigen bij de rand naar binnen waardoor ze de bladrand niet bereiken. Als je een blad voorzichtig in een boven en onder helft uiteen trekt, blijven de spiraalvormige houtvaten beide delen verbinden: de bovenste helft blijft dan aan de onderste helft hangen.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

De Rode kornoelje, Cornus sanguinea L., is een algemeen voorkomende struik die tot 3 m hoog kan worden. Je treft de struik aan in struikgewas, bosranden en in bossen. Hij wordt ook veel aangeplant. De struik hoort tot de familie van de Kornoeljes of Cornaceae.

De bloeiwijze van de Kornoelje bestaat uit schermvormige trossen of tuilen. De witte tweeslachtige bloemen hebben vier slipvormige kroonbladeren van 4-7 mm lengte. In de bloem vind je vier meeldraden en een stijl en stempel. De vier kelkbladen zijn klein; we noemen ze kelktanden. De bloei treedt op in de maanden mei en juni, maar soms zie je de struik ook in het najaar nog opnieuw bloeien.

De onderstandige vruchtbeginsels groeien uit tot blauwzwarte besachtige steenvruchten.

De twijgen kleuren in de herfst en winter rood; hieraan dankt de struik een deel van zijn Nederlandse naam. De bladeren zijn tegenoverstaand aan de takken en twijgen. Ze zijn aan boven- en onderkant helder groen. De gave rand eindigt in een punt. De 3 tot 5 paar veervormige nerven buigen aan de rand naar het bladmidden en bereiken de rand niet. In de nerfoksels tref je gekrulde haren aan en verder is de beharing aangedrukt. Als je het blad dwars doormidden probeert te splitsen door het blad tussen duim en wijsvinger van beide handen voorzichtig uit elkaar te trekken, bemerk je dat er draden blijven hangen tussen de delen van de nerven die nu uit elkaar getrokken zijn. Die draden zijn de spiraalvormige, elastische houtvaten, een zeldzaamheid in de natuur die bij deze struik voorkomt. Ook aan deze eigenschap is Rode kornoelje gemakkelijk te herkennen.

De struiken groeien het beste op vochtige en voedselrijke grond.

MM_110904

Laatste wijziging 130728

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Kornoeljefamilie - Cornaceae
Plantengeslacht:
Kornoelje - Cornus
Plantvorm:
struik
Plantgrootte:
1.00 - 3.00 meter
Bloeiperiodes:
Mei - Juni, September - Oktober
Bloemkleur:
wit
Bloeiwijzen:
tuil, schermvormige tros
Bloemvormen:
viertallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
4 kelktanden, 4 kroonbladen
Meeldraden:
4 meeldraden
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
steenvrucht
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
mahonierood, bruin
Bladstand:
tegenoverstaand
Bladvorm:
enkelvoudig (gewoon blad)
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

Europa is het oorspronkelijke areaal van deze struik, die ook veel wordt aangeplant. In Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland, wordt Rode kornoelje beschreven als soort van de

37 Klasse der Doornstruwelen

37Aa1 Associatie van Fraaie kambraam en Sleedoorn

37Ab1 Associatie van Sleedoorn en Eenstijlige meidoorn

37Ac5 Associatie van Hazelaar en Purperorchis;

De plantensoort 'Rode kornoelje' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Een bijzonderheid van Rode kornoelje is het kenmerk dat je de bladhelften van elkaar kunt trekken en dat dan de houtvaten beide delen blijven verbinden zodat je de ene helft kunt laten hangen aan de andere helft. Dit kenmerk vinden we eveneens bij andere kornoeljesoorten, zoals de Gele kornoelje; deze struik zie je vroeg in het jaar bloeien met kleine gele bloemen als er nog geen blad aan de struiken zit.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van Rode kornoelje en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 238.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 449-450.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 657.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Córnus sanguínea