Video Determinatie

Liesgras - Glyceria maxima

Langs veel waterkanten valt Liesgras, Glyceria maxima, op door de geelgroene kleur. Het is een groot en fors gras dat tijdens de bloei een grote wijduitstaande pluim heeft. In de pluim zijn geen haren te vinden. Een heel gemakkelijk kenmerk om Liesgras te herkennen is de structuur van gemetselde bakstenen die te vinden is op de schedes van de bladeren. Ondergronds heeft dit gras forse wortelstokken, waardoor het grote vegetaties kan vormen.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een zeer algemeen fors gras dat aan de waterkant en in moerassen en natte oevers te vinden is is Liesgras, Glyceria maxima (Hartm.) Holmb., uit de Grassenfamilie.

Dit forse gras wordt tot zo'n 2 m hoog en valt op door de geelgroene kleur van bladeren en stengels. De bladeren zijn meer dan één cm breed en kunnen heel lang zijn. De top van het blad heeft de vorm van een kap, zoals je dat ook bij Beemdgrassen, de Poa's, ziet en in het midden langs de middennerf lopen twee stroken, een zogenaamde skispoor. De bladscheden zijn in de benedenhelft rolrond, maar naar boven toe wat meer plat en dan gekield. Je kunt die kiel dan goed voelen als je er langs wrijft. Op de overgang van bladschede naar bladschijf staat een breed tongetje dat in het midden een spitse punt heeft. Het lijkt daardoor op een accolade. Het is tot een halve cm groot. Een heel opvallend kenmerk van Liesgras is de structuur van gemetselde bakstenen op de bladschedes.

Ook de bloeiwijze kleurt goudgeel met wat paars erin. De aartjes zijn vijf tot zevenbloemig en staan op dunne steeltjes in de wijde en grote pluim. De aartjes zijn 5-12 mm lang. Het onderste kroonkafje (ook wel lemma genaamd) heeft een stompe punt en 7 nerven is in zo'n 3 mm groot. Het is afgerond en niet gekield. In de bloeiwijze vind je geen haren.

Ondergronds heeft Liesgras grote wortelstokken. Ze zijn dik en hol en kunnen meters lang worden. Het gras vormt dan ook meestal grote vegetaties in de rand van zoet water en in oevervegetaties en moerassen. Via de centrale holte en holtes in de rand van de wortelstok wordt lucht getransporteerd, waardoor de ondergrondse delen die in een zuurstofloos (we noemen dat anaeroob) milieu staan, van zuurstof worden voorzien. Die zuurstof is nodig om de activiteit van opname van voedingsstoffen op gang te kunnen houden.

Liesgras duidt op voedselrijk water. Als dit het stadium van vervuild bereikt, zie je in de zonering van grassen langs zo'n open water Liesgras dichter bij het water staan dan Rietgras.

MM_130312

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Grassenfamilie - Poaceae
Plantengeslacht:
Vlotgras - Glyceria
Plantvorm:
gras
Plantgrootte:
0.80 - 2.00 meter
Bloeiperiode:
Juli - Augustus
Bloemkleuren:
paars, geel
Bloeiwijze:
pluim
Bloemvorm:
grasbloem
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
2 kelkkafje, 2 kroonkafje
Meeldraden:
3 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
graanvrucht of korrel
Zaden:
-
Stengels:
hol tussen de knopen, rechtopstaand
Schors:
-
Bladstand:
in twee rijen
Bladvorm:
lijnvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
rhizoom/ wortelstok
Plantengemeenschappen:

Liesgras heeft een areaal dat de gematigde en koele streken omvat van het hele noordelijk halfrond. In Nederland en België vind je de plant overal langs de waterkant van zoet water. Het is dan ook niet vreemd dat de soort ontbreekt op de Veluwe, maar ook in Zuid-Limburg is Liesgras een zeldzaamheid. In veel plantengemeenschappen die aan water gerelateerd zijn is Liesgras aanwezig, soms zelfs erg dominant. Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland beschrijven de volgende gemeenschappen waar Liesgras deel van uitmaakt:

01Ab1 Watervorkjes-associatie

04Bb1 Associatie van Gewoon kransblad

04Bb2 Associatie van Kleinhoofdig glanswier

04Bb3 Associatie van Groot boomglanswier

05Bc2 Associatie van Paarbladig fonteinkruid

05Bc3 Associatie van Stijve waterranonkel

05Ca1 Associatie van Waterviolier en Sterrenkroos

08 Rietklasse

08Aa3 Associatie van Groot moerasscherm

08Ab1 Watertorkruid-associatie

08Ab2 Associatie van Egelskop en Pijlkruid

08Bb4 Rietassociatie

08Bc2 Associatie van Scherpe zegge

08Bc4 Associatie van Noordse zegge

32Aa1 Associatie van Moerasspirea en Valeriaan

38Aa2 Lissen-ooibos

De plantensoort 'Liesgras' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Dat dit gras een grote rol gespeeld heeft in ons land blijkt uit het feit dat een aantal namen van dorpen naar het gras verwijst, zoals Lies (op Terschelling), Lieshout, Liesveld. Ook de naam Lisse schijnt terug te gaan op Liesgras.

Nog meer informatie over de ecologie van Liesgras en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 5: 113.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 217.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 284.

Uitspraak wetenschappelijke naam: Glycéria máxima