Video Determinatie

Kropaar - Dactylis glomerata

Een tamelijk groot en grof gras is de Kropaar, Dactylis glomerata, die tijdens de bloei heel goed te herkennen is aan de grote bloeiwijze waarin kluwenvormig samengetrokken aartjes met veel bloemetjes staan. Deze bloemtjes zijn nogal klein, maar wat goed te zien is is de scherpe vouw van de kelkkafjes van een aartje. Op de overgang van bladschede, die langs de stengel staat, naar de bladschijf staat een vliezig tongetje, dat nogal eens gerafeld is. De kluwens voelen ook ruw aan en dat komt door de kleine en stijve haartjes op de ruggen van de kroonkafjes van de bloemen.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Kropaar, Dactylis glomerata L., is een der ruwere soorten uit de Grassenfamilie. Kropaar is een zeer algemeen voorkomende soort in drogere graslanden, bermen, ruigten en ruderale gronden zoals verlaten akkers, verlaten bouwterreinen, bos- en struweelranden. Het wordt ook wel ingezaaid voor voederdoeleinden, hoewel het een minder smakelijk en voedzaam weide- en hooigras dan Engels raaigras. Het vormt pollen en kan soms tot 150 cm hoog worden.

De niet bloeiende spruiten zijn afgeplat. met scherp gekielde bladscheden. Ook de bloeiende spruiten zijn gekield, dat wil zeggen dat de stengel niet rolrond is, maar twee duidelijke scherpe kanten heeft. Het blad is gevouwen als het zich nog niet ontplooid heeft en daarna is het blad vlak, maar nog steeds gekield over de diepliggende middennerf. Het dof grijs-groene gras is ruw door fijne stekeltjes. Het is een overblijvend gras, waarvan de pollen in de winter ook nog steeds grijsgroen tot grijsblauw van kleur blijven.

De pluim valt op door zijn driehoekige vorm en de zijtakken staan aan twee zijden van de op doorsnee driehoekige spil van de pluim. Daardoor staan de takken naar een kant. Het onderste deel van de zijtakken is niet bezet met aartjes. Die zitten dicht opeen in kluwens aan de uiteinden van de takken. De bloemetjes zijn erg klein en scherp gekield. Aan de kelkkafjes zie en voel je dat heel duidelijk. De stekelige kafjes eindigen vaak een een stekelpuntje. De kleur van de bloemetjes kan variëren van grijsgroen tot paars. Elk aartjes bevat twee kleine bloemetjes die iets boven elkaar staan.

Het sterk allergeen pollen van Kropaar draagt gedurende de hele bloeitijd, soms tot laat in de herfst bij aan de totale hoeveelheid graspollen die in de lucht kan zijn.

MM_120226

Laatste wijziging 130419

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Grassenfamilie - Poaceae
Plantengeslacht:
Kropaar - Dactylis
Plantvorm:
gras
Plantgrootte:
0.30 - 1.25 meter
Bloeiperiode:
April - Augustus
Bloemkleuren:
paars, grijs, groen
Bloeiwijze:
pluim
Bloemvorm:
grasbloem
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
2 kelkkafje, 2 kroonkafje
Meeldraden:
3 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
graanvrucht of korrel
Zaden:
-
Stengels:
hol tussen de knopen, rechtopstaand
Schors:
-
Bladstanden:
in pollen, in twee rijen
Bladvorm:
lijnvormig
Bladrand:
scherp
Ondergronds delen:
bijwortelstelsel
Plantengemeenschappen:

Kropaar is eigenlijk een soort die van oorsprong in de gebergten van Europa, West-Azië, en Noord-Afrika, met name het Atlasgebergte thuishoort. Van daaruit heeft het zich naar de lager gelegen delen van dit areaal uitgebreid. Als cultuurvolger is het inmiddels een kosmopoliet en je vindt het overal in graslanden. Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland beschrijven onderstaande gemeenschappen waarin Kropaar als soort een belangrijke plaats vindt

16Bb1 Glanshaver-associatie

16Bc2 Associatie van Ruige weegbree en Aarddistel

31 Klasse der Ruderale gemeenschappen

De plantensoort 'Kropaar' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Kropaar kent talrijke vormen die een complex vormen. Het is niet gemakkelijk om hier eventueel ondersoorten in te onderscheiden.

Nog meer informatie over de ecologie van Kropaar en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 5: 101.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 216.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 287.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Dáctylis glomeráta