Koolzaad - Brassica napus

Koolzaad is een bekend geel bloeiend landbouwgewas. In het voorjaar, vanaf april, te vinden en te ruiken. Een veld Koolzaad is dan ook een lust voor oog en neus, je ruikt de nectar. Daarmee voor bijen iets om bij te zijn. Imkers brengen hun bijenkasten graag ernaar toe voor een vroege nectarbron, landbouwers stimuleren dat om een goede bestuiving, en daarmee een goede zaadopbrengst te krijgen. Herkenbaar is Koolzaad aan de 4 relatief grote gele kroonbladen, die elkaar overlappen, de zes meeldraden en schuin afstaande kelkbladen. De bovenste bladeren zijn half stengelomvattend en blauwgroen van kleur. De vruchten zijn flinke hauwen, meestal meer dan 3,5 cm lang met een korte snavel.   

Een opvallende, eenjarige of tweejarige plantensoort die in het voorjaar enorme velden kan bezetten is Koolzaad, Brassica napus L., uit de Kruisbloemenfamilie of Brassicaceae. Deze soort is gemakkelijk te verwarren met Raapzaad. Daarbij is Koolzaad een echt landbouwgewas, dit in tegenstelling tot Raapzaad dat veel minder vaak aangeplant wordt.

Wanneer het zaad in het najaar is gekiemd bloeit de plant in het voorjaar en wanneer het zaad in het voorjaar is gekiemd, bloeit hij in het najaar. In het laatste geval is het een eenjarige plant en het andere geval kun d=je de plant tweejarig noemen.

In bermen en op andere wat verstoorde plaatsen komen beide gewassen voor. De twee soorten lijken heel veel op elkaar en zijn niet gemakkelijk te onderscheiden. Vaak blijken de kenmerken niet helemaal eenduidig te zijn, waardoor de juiste naam niet is vast te stellen. Maar dat is niet zo vreemd, omdat Koolzaad een kruising is van Raapzaad en Kool (zie onder Bijzonderheden). Als landbouwgewas is het eeuwen aan selectie onderhevig geweest, waarbij opbrengst (grootte van het zaad) en een lager gehalte aan secundaire plantenstoffen, die voor de mens licht giftig zijn, voorop stonden bij de eeuwenlange selectie. 
Koolzaad onderscheidt zich van Raapzaad in een aantal opzichten, die overigens niet altijd duidelijk zijn omdat er ook hybriden voorkomen van beide soorten. Koolzaad heeft een forsere bouw dan Raapzaad, vrijwel alle verspreid staande liervormige bladeren zijn blauwig berijpt en van boven kaal. Hooguit vind je aan de onderzijde een lichte beharing. Verder zijn de bladeren en dan met name de bovenste dik en wat vlezig. De bladeren boven in de plant hebben een hartvormige voet die halfstengelomvattend is.
De trossen met gele bloemen kunnen ook gebruikt worden bij het onderscheiden van Koolzaad ten opzichte van Raapzaad. De knoppen van de nog niet geopende bloemen steken boven de bloeiende bloemen uit; bij Raapzaad staan de knoppen onder de bovenste bloeiende bloemen. Ook de stand van de kelkbladen geeft een aanwijzing: staan ze wijd uiteen dan is het Raapzaad, maar staan ze zelfs na de bloei nog niet horizontaal maar schuin omhoog dan heb je met een plant te doen die naar Koolzaad neigt. De bloemkroonbladen zijn groter dan bij Raapzaad en bedekken elkaar daardoor voor een deel.
Tenslotte kun je de hauwen van Koolzaad nog gebruiken voor een onderscheid. Deze hauwen zijn veel langer dan 3,5 cm en het steriele deel van de hauw, we noemen dat de snavel, is maar een paar mm lang, maar wel meer dan 3 mm, en daarmee korter dan de snavel van Raadzaad, die 10 mm en meer lang is.
MM_180128

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Kruisbloemenfamilie - Brassicaceae
Plantengeslacht:
Kool - Brassica
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.60 - 1.40 meter
Bloeiperiodes:
April - Augustus, Oktober - December
Bloemkleur:
geel
Bloeiwijze:
tros
Bloemvormen:
viertallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
4 kelkbladen, 4 kroonbladen
Meeldraden:
6 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
hauw
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
langwerpig, liervormig
Bladrand:
gegolfd
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

Koolzaad is een heel oud landbouwgewas, in Zuid Azië al 2000 jaar bekend.

De plantensoort 'Koolzaad' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Koolzaad is een kruising tussen wilde soorten Kool en Raapzaad. De ene ouder Kool, Brassica oleracea, heeft 18 chromosomen (n=18), de andere Raapzaad of Brassica rapa heeft er 20 (n=20). Tussen haakjes staat het aantal chromosomen van de dicotyle plant. Koolzaad heeft 38 chromosomen en verenigt zo de genetische informatie van beide ouders (alloploïdy).
Koolzaad bevat onder andere erucazuur en glucosinolaten, secundaire plantenstoffen die onder andere slakkenvraat tegengaan.
De Duitse naam voor Koolzaad is Raps (wat voor ons natuurlijk verwarrend is, omdat je dan eerder aan Raapzaad, dan Koolzaad denkt).

Uitgebreidere informatie over de ecologie van Koolzaad en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 46

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 435.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 528.

Rothmaler, W. (1981) Exkursionsflora für die Gebiete der DDR und der BRD. Band 2 Gefässpflanzen, 10e druk: 210.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Brássica nápus.