Video Determinatie

Hulst - Ilex aquifolium

Aan de leerachtige bladeren die vaak scherp getand zijn herken je in onze bossen, parken en struwelen de Hulst, Ilex aquifolium. De struik, soms een boom met name als de plant tot wel 300 jaar oud is, is ook 's winters groen. Tijdens de bloei aan het eind van de lente vind je in de oksels van bladeren samengetrokken trossen van kleine bloemen. Deze hebben witte kroonbladen en evenveel meeldraden of stempels op het vruchtbeginsel als er kroonbladen zijn. De vruchtbeginsels groeien na bevruchting uit tot gele of rode bessen. Vooral Hulsttakken met rode bessen zijn geliefd in de kersttijd.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een wel heel bekende struik, die ook veel in tuinen en parken wordt aangeplant is de Hulst, Ilex aquifolium L., uit de Hulstfamilie. Het is overigens de enige soort uit deze familie die in onze contreien van nature voorkomt.

De struiken of kleine bomen kunnen tot maximaal zo'n 10 meter hoog worden, maar meestal zijn ze kleiner. Wel vallen ze altijd op, omdat ze ook in de winter hun blad behouden. In een besneeuwd bos of landschap vallen ze dan des te meer op.

Het wortelstelsel van de Hulst is een zogenaamd 'zinkerwortelstelsel'. Bij zo'n wortelstelsel lopen de hoofdwortels vanuit de stam horizontaal in verschillende richtingen uit. Ze zitten niet al te diep onder het maaiveld. Vanuit deze horizontale hoofdwortels lopen zijwortels, de zinkers, naar beneden verder de diepere bodem in. Alleen indien er voldoende ruimte voor z'n wortelstelsel is, kan de Hulst het tot een echte boom brengen. In de meeste bossen is er door de aanwezigheid van Beuken geen mogelijkheid om zich voldoende uitgebreid te ontwikkelen. Dat wordt anders wanneer een of meer Beuken in de nabijheid van een gevestigde Hulst omvallen. Dan zie je dat zo'n Hulst kan uitgroeien tot een wel 10 meter hoge boom. De stam van de Hulst heeft een dunne en gladde bast. Het hout is hard en ivoorwit van kleur.

Aan de takken en twijgen staan de bladeren verspreid. De bladeren zijn elliptisch tot eirond van vorm, hebben een leerachtig en glanzend uiterlijk, en zijn meestal grof bochtig, doornig getand; maar ook vind je aan de struik wel gaafrandige bladeren die dan toch wel een wat gegolfde rand hebben. In tegenstelling tot de donkergroene glanzende bovenkant is de onderkant van de bladeren lichtgroen en dof. Het valt op dat aan oudere exemplaren van de Hulst de bladeren steeds meer gaafrandig worden met een spitse punt aan de top. Er zijn dan vrijwel geen getande bladeren meer te vinden. Hoe dat komt is nog steeds een raadsel.

In de tweede helft van de lente bloeit de Hulst. De kleine bloemen zitten dicht bij elkaar als in een kluwen, of samengetrokken tros, in de oksels van de bladeren. De bloemen zijn regelmatig van vorm, meestal vijftallig. Maar ook viertallige en soms zelfs zestallige, regelmatige bloemen kun je vinden. Zowel de kelk- als de kroonbladen zijn vergroeid met elkaar, maar dat het er vier, vijf of zes zijn is altijd te zien. Na bestuiving door vliegen, zweefvliegen of bijen ontwikkelt het twee- tot vijfhokkig, bovenstandig vruchtbeginsel zich tot een besachtige steenvrucht met daarin meestal vier kernen. Deze kleurt in de loop van de zomer en herfst naar vuurrood en soms naar geel. De bessen zijn giftig voor de mens, maar ook vogels zijn er niet al te gek op. Pas als er geen andere eetbare bessen meer te vinden zijn worden ook wel Hulstbessen gegeten. Dat is bijvoorbeeld bekend van lijsters.

Het zal opvallen dat er struiken zijn die vol zitten met rode bessen, terwijl andere geen bessen hebben. Dat komt doordat de Hulst een tweehuizige soort is. Alleen de bloemen die functioneel vrouwelijk zijn en een ontwikkeld vruchtbeginsel hebben vormen uiteindelijk bessen. De functioneel mannelijke bloemen, waarbij de meeldraden afwisselend met de kroonbladen staan, vallen na enige tijd af. Daar worden vanzelfsprekend geen bessen gevormd.

MM_141128

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Hulstfamilie - Aquifoliaceae
Plantengeslacht:
Ilex - Ilex
Plantvorm:
struik
Plantgrootte:
1.00 - 10.00 meter
Bloeiperiode:
Mei - Juni
Bloemkleur:
wit
Bloeiwijzen:
tros, kluwen
Bloemvormen:
viertallig, vijftallig, regelmatig
Bloemtype:
eenslachtig
Bloembladen:
4 vergroeide kelkbladen, 4 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
4 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vruchten:
steenvrucht, bes
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
glad, bruin
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
elliptisch, eirond
Bladrand:
-
Ondergronds delen:
zinkerwortelstelsel
Plantengemeenschappen:

De Hulst kenmerkt het Atlantisch deel van West- en Zuid-Europa en het Atlasgebied in Noord-Afrika. Aangezien hij voldoende regenwater dient te ontvangen is het begrijpelijk dat het areaal zich beperkt tot de strook langs de Atlantische oceaan. Strenge vorst kan de Hulst niet hebben, vandaar dat hij ontbreekt in de gebergten en die delen van Europa waar een echt landklimaat heerst. In onze contreien is de Hulst na de laatste IJstijd eerder teruggekomen dan een soort als de Beuk. Je kunt dit zien aan de profielen van pollenkorrels in grondboringen.

Hulst maakt deel uit van de struik- en boomlaag van een aantal loofbostypen en is dan ook een belangrijke begeleidende soort in de door Schaminée, J. et al. (2010) in de Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland beschreven bos-associaties

42Aa2 Beuken-Eikenbos

43Ab1 Eiken-Haagbeukenbos

De plantensoort 'Hulst' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Dat Hulst al lang geleden een belangrijke rol gespeeld heeft in de menselijke samenleving, mogelijk vanwege de bijzonderheid van het wintergroen blijven, wat mogelijk werd toegeschreven aan goddelijke eigenschappen, is te zien aan het feit dat diverse plaatsnamen een relatie hebben met de struik. We noemen Hulshorst aan de noordrand van de Veluwe, het Drents Eiken-Hulstbosje dat de naam Hulzedink draagt, maar ook Hulsberg in Zuid-Limburg heeft zijn naam te danken aan de aanwezigheid van Hulst boven op het plateau. We moeten ons daarbij realiseren dat de plateaus in Zuid-Limburg door uitloging kalkarm zijn, in tegenstelling tot de hellingen en dalen, waar inspoeling plaatsvindt.

De stad Hulst in Zeeuws.-Vlaanderen heeft zijn naam mogelijk te danken aan een Hulstbos. In het wapen van de stad is in ieder geval een aantal Hulstbladeren opgenomen.

De boomvormige Hulst komt opmerkelijk regelmatig voor in Drenthe, en wel in de zogenaamde Eiken-Hulstbossen. In deze bossen staan de boomvormige Hulsten onder de hoge Eiken. Beuken ontbreken daar vrijwel en dat moet als verklaring gezien worden voor deze typische Drentse bossen. Ze hebben een aanmerkelijke ouderdom en zijn het alleszins waard om stand gehouden te worden.

Hulsttakken met rode bessen tenslotte zijn een gewilde kerstversiering. Ze worden afgesneden van vrouwelijke Hulstplanten, die daardoor natuurlijk wel kort gehouden worden. Deze struiken krijgen daardoor niet de kans om verder uit te groeien tot grote struiken of bomen.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van de Hulst en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 170

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 545.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 612.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Ilex aquifólium.