Video Determinatie

Hondsdraf - Glechoma hederacea

Hoewel klein, vallen de blauwpaarse bloemen van Hondsdraf toch wel snel op. De soort hoort tot de veertig meest voorkomende plantensoorten in onze vegetaties. De bloemen zijn tweezijdig symmetrisch en duidelijk van het Lipbloem type. Ze hebben een vergroeide kelk met vijf tanden en een vergroeide kroon. In de kroon liggen de vier meeldraden en stijl met stempels onder tegen de bovenlip. De bloemen worden bezocht door bijen en hommels. De bladeren staan tegenover elkaar aan de vierkante stengels en hebben een gekartelde rand.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Hondsdraf, Glechoma hederacea L., is een kruipende plantensoort uit de Lipbloemenfamilie of Lamiaceae. De vierkante stengel kruipt over de bodem en wortelt telkens weer op de knopen. De bladeren zijn niervormig tot rondachtig, gekarteld en met een hartvormige voet. Doordat de vierkante stengel vaak draait liggen de kruisgewijs staande bladeren toch vaak in een vlak. De kruisgewijze bladstand is dan alleen zichtbaar als je de stengel goed volgt. De plant heeft een sterke, kruidige netelgeur.

De schijnkransen zijn nogal arm aan bloemen, daardoor staan er vaak niet meer dan 1 tot 6 paarsblauwe bloemen aan de opstijgende bloeistengels. Een enkele keer tref je witte of roze bloemen aan. De soort bloeit van april tot juni. De onderlip bestaat uit drie afgeronde slippen en de tweelobbige middenslip is ongeveer even lang als de bovenlip. De meeldraden verlopen evenwijdig aan de bovenlip en de stijltoppen steken duidelijk buiten de bovenlip uit.

De plant komt zeer algemeen voor en kan op vrijwel alle bodems groeien mits er voldoende vocht en humus aanwezig is. Hij groeit in de zon, maar ook op beschaduwde plaatsen. De weligste groei zie je op lichtbeschaduwde matig vochtige en voedselrijke plekken. In bossen en struikgewas vind je Hondsdraf op plekken waar een snelle humusomzetting plaatsvindt. Ook op sterk door de mens beïnvloede plekken vind je Hondsdraf. Je vindt hem in bermen, in de duinen, in uiterwaarden, aan waterkanten en op beschaduwde omgewerkte grond langs struweel en bosranden.

MM_110411

Laatste wijziging 130730

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Lipbloemenfamilie - Lamiaceae
Plantengeslacht:
Glechoma - Glechoma
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.15 - 0.60 meter
Bloeiperiode:
April - Juni
Bloemkleuren:
paars, lila, blauw
Bloeiwijze:
schijnkrans
Bloemvormen:
tweezijdig symmetrisch, tweelippig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kelktanden, 5 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
4 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
splitvrucht
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, liggend
Schors:
-
Bladstanden:
tegenoverstaand, kruisgewijs
Bladvorm:
niervormig
Bladrand:
gekarteld
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

Het oorspronkelijke verspreidingsgebied van Hondsdraf is het noordelijk halfrond en dan met name de gematigde streken van Europa en Azië. Oorspronkelijk kwam de soort niet voor in Noord-Amerika, maar is daar door de mens ingevoerd. Overal waar voldoende vocht en humus in de bodem te vinden is kun je de zeer algemene soort vinden. In de Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland, van Schaminée, J. et al. (2010) wordt Handsdraf beschreven als belangrijke soort in

31Ca3 Wormkruid-associatie

33 Klasse der Nitrofiele zomen

37Ab Verbond van Sleedoorn en Meidoorn

38Aa2 Lissen-ooibos

43 Klasse der voedselrijke Eiken- en Beukenbossen

De plantensoort 'Hondsdraf' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Het blad van Hondsdraf wordt wel gebruikt tegen zweren, jeuk en zwellingen. De huidige Nederlandse naam schijnt daarop te wijzen, want die is afgeleid van een oorspronkelijk woord uit het Gotisch 'Gunderaba' dat "wondrank" betekent. Het is een in loop van de tijd ontstane verbastering van dit woord en heeft niets met de draf van honden te maken......

Voor meer uitgebreide informatie over de relaties met andere organismen, het milieu en de ecologie van Hondsdraf verwijzen wij naar Weeda, E.J. et al., (1988) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 3: 168.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 508.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 919.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Glechóma hederácea