Video Determinatie

Gewoon struisgras - Agrostis capillaris

Struisgras is tijdens de bloei die in de zomer optreedt te herkennen aan de open pluim met veel éénbloemige aartjes. Gewoon struisgras, Agrostis capillaris, is verder te herkennen aan de ondergrondse wortelstokken. Deze hebben leden van meer dan twee cm en de bruine schubben op die leden worden al heel snel vezelig. De bloeiende spruiten hebben een afgeknot tongetje van 1 tot 2 mm en de afstaande bladschijf is breder aan de voet bij het tongetje dan 2 mm. De bladschijf loopt spits toe. Het gras is zeer algemeen.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een echte zomerbloeier onder de grassen is Gewoon struisgras, Agrostis capillaris L., uit de Grassenfamilie.

Om het gras goed te kunnen op naam brengen heb je niet alleen bloeiende planten nodig maar moet er ook gekeken worden naar de vegetatieve delen. Gewoon struisgras bijvoorbeeld kenmerkt zich binnen de Struisgrassen door het bezit van een ondergrondse wortelstok. Hierin onderscheidt het gras zich van het sterk gelijkende Fioringras, dat weer op zijn beurt bovengrondse uitlopers heeft en geen ondergrondse wortelstok.

De ondergrondse wortelstokken van Gewoon struisgras hebben leden die langer zijn dan twee cm. Deze dragen bruine schubben die spoedig rafelen en vezels vormen. Dit in tegenstelling tot Zandstruisgras met zijn wortelstokken, waarvan de leden twee cm of wat korter zijn en die witte niet-rafelende schubben dragen.

In de pluim staan aartjes die slechts één bloem bevatten. Elke bloem heeft twee kelkkafjes en twee kroonkafjes. De kelkkafjes zijn in het bovenste deel op de rug gevouwen, in het onderste deel afgerond. Tijdens de bloei wijken de kelkkafjes uiteen waardoor het onderste kroonkafje zichtbaar is. De helmknoppen zijn 1-2 mm lang. Deze opbouw van de aartjes is een kenmerk dat voor alle Struisgrassen geldt en hen onderscheidt van alle andere pluimgrassen met éénbloemige aartjes. Het onderste kroonkafje is bij Gewoon struisgras al dan niet genaald. Als er een naald is, is deze maar kort en treedt uit nabij de top van het onderste kroonkafje (ook lemma genoemd). Na de bloei blijft de pluim open staan. De vorm van de pluim lijkt op een ei en is bijna tweemaal zo lang als breed. De pluim kan een beetje kleuren naar paars.

Op de overgang van bladschede naar bladschijf is een vliezig tongetje aanwezig, dat bij Gewoon struisgras ongeveer 1 (0,5-2,0) mm lang is en afgeknot. De bladeren zijn groen en aan de zijden van het tongetje meestal breder dan 2 mm. Soms zijn de toppen wat rood gekeurd.

Gewoon struisgras is te vinden in droge bermen, taluds, verwaarloosde ruderale terreinen en schrale zandbodems. Ook verlaten zandige akkers, grindvlakten, spoorwegemplacementen en pionier begroeiingen zijn ideale groeiplaatsen. Het is een in de zomer samen met Bochtige smele veelal duidelijk optredend gras. Ook in de stedelijke situatie, zoals langs stoepranden, is het aan te treffen.

MM_130805

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Grassenfamilie - Poaceae
Plantengeslacht:
Struisgras - Agrostis
Plantvorm:
gras
Plantgrootte:
0.10 - 0.70 meter
Bloeiperiode:
Juni - Augustus
Bloemkleuren:
paars, strokleurig, groen
Bloeiwijze:
pluim
Bloemvorm:
grasbloem
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
2 kroonkafje, 2 kelkkafjes
Meeldraden:
3 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
2
Stempels:
2
Vrucht:
graanvrucht of korrel
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
-
Bladstanden:
in rijen, in zoden
Bladvorm:
lijnvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
rhizoom/ wortelstok
Plantengemeenschappen:

Het areaal van Gewoon struisgras omvat Europa en West- en Midden-Azië. De mens heeft het inmiddels in andere werelddelen ingevoerd. Het wordt graag gebruikt in gazons. Het is in onze contreien vooral in de pleistocene delen zeer algemeen. Het wordt in Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland beschreven als een gras dat in veel met name drogere graslanden een belangrijke rol speelt:

14Klasse der Droge zandgronden

14Ba1 Vogelpootjes-associatie

14Bb Verbond van Gewoon struisgras

14Bb1 Associatie van Schapengras en Tijm

14Bb2 Duin-Struisgras-associatie

16Bc1 Kamgrasweide

18Aa2 Associatie van Boshavikskruid en Gladde witbol

19Aa4 Associatie van Betonie en Gevinde kortsteel

28Aa4 Grondster-associatie

31Ca3 Wormkruid-associatie

34Aa1 Wilgenroosje-associatie

35Aa2 Associatie van Donkere Bosbraam

35Aa3 Associatie van Sierlijk woudbraam

De plantensoort 'Gewoon struisgras' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Gewoon struisgras blijkt een genetische aanpassing te ontwikkelen aan de aanwezigheid van zware metalen in de bodem. Deze tolerantie tegen metalen als lood, koper, nikkel of zink is overerfbaar en uit transplantatieproeven is vastgesteld dat deze eigenschap van metaaltolerantie inderdaad in het genoom van de betreffende rassen is vastgelegd. Door deze eigenschap is Gewoon struisgras te vinden in vegetaties die onder invloed staan of stonden van mijnen. Zo tref je dit gras aan in de zinkflora van de Voerstreek en Zuid-Limburg, waar langs de Geul bijzondere zinkfloravegetaties zijn te vinden met heel specifieke plantensoorten, zoals het Zinkviooltje. Ook op verlaten mijnsteenbergen of op het terrein van nog actieve metaalindustrie, zoals op de grens tussen Brabant en Limburg ten westen van Weert is Gewoon struisgras een van de weinige plantensoorten die er gedijt.

Nog meer informatie over de ecologie van Gewoon struisgras en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 5: 168-169.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 226.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 274. Hier wordt dit gras met de wetenschappelijke naam Agrostis tenuis aangeduid. Er moet bij gezegd worden dat het geslacht Agrostis, Struisgras, een van de moeilijkst te determineren grassen is.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Agróstis capilláris.