Video Determinatie

Gewone margriet - Leucanthemum vulgare

Aan de tamelijk grote hoofdjes met witte lintbloemen aan de rand en gele buisbloemen in het midden is de Gewone margriet, Leucanthemum vulgare, die van mei tot augustus in onze graslanden staat te bloeien gemakkelijk te herkennen. Op de hoge steel staat steeds maar één hoofdje, net als bij het Madeliefje. Het zijn de grootste hoofdjes met witte lintbloemen en gele buisbloemen die we in onze contreien kennen.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een plantensoort die tot de verbeelding spreekt van kinderen en volwassenen is de Gewone margriet, Leucanthemum vulgare Lamk., uit de Composietenfamilie. Het is een overblijvende soort die een lange bloeitijd kent. Ondergronds heeft de plant een overwinterende wortelstok waaraan taaie wortels ontspringen. Aan de bovenzijde van de wortelstok ontspringt een bloeistengel, soms ook wel een of meer wortelrozetten.

De verspreid staande bladeren onderaan aan de bloeistengel zijn spatelvormig en lopen wigvormig versmald in een steel. De bladeren bovenaan de stengel zijn langwerpig. Alle bladeren hebben een gekartelde bladrand met afgeronde tanden. Aan de voet van de bladeren zitten een paar kleine zijslipjes. Hierin onderscheidt de inheemse Gewone margriet zich van margrieten die van elders afkomstig zijn en vaak met zaaigoed meekomen dat gebruikt wordt om bermen en dijken in te zaaien.

De plant is vrijwel onbehaard en de bloeistengel is vrijwel nooit vertakt.

Het hoofdje heeft witte lintboemen aan de rand en in het midden veel gele buisbloemen. Na bevruchting groeien de onderstandige vruchtbeginsels uit tot geribde nootjes zonder pappus. Alleen de nootjes van de randstandige lintbloemen ontwikkelen soms uit het pappus een scheef richeltje. Het zaad blijft redelijk lang kiemkrachtig, maar zaad dat op de grond valt kiemt soms al weer direct. Veel vee eet al grazend van de Gewone margriet en via het darmkanaal van die grazers passeert het zaad en de soort wordt op die manier verspreid.

De Gewone margriet komt in bijna heel Europa voor en verder naar het oosten tot in Midden-Siberië. In Noord- en Zuid-Amerika, Australië en Oost-Azië is ze ingevoerd en ze heeft zich daar metterwoon gevestigd. Uit paleobotanisch onderzoek is bekend dat de Gewone margriet in Nederland sinds de bronstijd bekend is. Ze is een algemene soort maar dreigt achteruit te gaan onder invloed van de bemesting.

MM_120617

Laatste wijziging 130730

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Composietenfamilie - Asteraceae
Plantengeslacht:
Margriet - Leucanthemum
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.30 - 0.60 meter
Bloeiperiode:
Mei - Augustus
Bloemkleuren:
wit, geel
Bloeiwijze:
hoofdje
Bloemvormen:
lintvormig, buisvormig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
5 vergroeid met elkaar
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
-
Stempels:
-
Vrucht:
nootje
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, behaard
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
spatelvormig, langwerpig
Bladrand:
gekarteld
Ondergronds delen:
rhizoom/ wortelstok
Plantengemeenschappen:

Gewone margriet was vroeger meer algemeen dan tegenwoordig, maar wordt toch veel gevonden, omdat het zaad van de plant verwerkt wordt in mengsels waarmee bijvoorbeeld verzwaarde dijken worden ingezaaid. In Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland wordt de Gewone margriet beschreven als een belangrijke soort in

15Aa1 Kalkgrasland

16 Klasse der matig voedselrijke Graslanden

16Bc2 Associatie van Ruige weegbree en Aarddistel

17Aa1 Associatie van Dauwbraam en Marjolein

De plantensoort 'Gewone margriet' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Gewone margriet is een zeer geliefde bloem bij het samenstellen van zomerse veldboeketten. In Brabant en Limburg worden die traditioneel nog geplukt en in kapelletjes geplaatst ter versiering van het altaar.

Als u geïnteresseerd bent in meer uitgebreide gegevens over de ecologie van Gewone margriet de relaties met andere organismen en het milieu, dan vindt u dat in Weeda, E.J. et al., (1991) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 4: 78.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 608.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 1076. In deze flora wordt de oudere benaming Chrysanthemum leucanthemum L. voor de Gewone margriet gebruikt.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Leucánthemum vulgáre