Video Determinatie

Gewone hoornbloem - Cerastium fontanum s. vulgare

In onze kruidenrijke graslanden staan in de vroege lente al veel bloeiende kruiden met witte bloemen. Gewone hoornbloem, Cerastium fontanum, is een van die algemeen voorkomende kruiden uit de familie van de Anjerachtigen. De witte kroonbladen zijn wat langer dan de kelkbladen en de planten zijn geheel behaard. Ook op wat meer ruderale terreinen kun je Gewone hoornbloem vinden. Een gemakkelijk kenmerk van de hoornbloemen ten opzichte van andere witte Anjerachtigen is het feit dat ze vijf stijlen hebben op het vruchtbeginsel.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Gewone hoornbloem, Cerastium fontanum subsp. vulgare (Hartm.) Greuter & Burdet, is net als Akkerhoornbloem een overblijvende soort uit de Anjerfamilie. Ze onderscheidt zich van Akkerhoornbloem doordat de kroonbladen net iets groter zijn dan de kelkbladen. De kroonbladen van de Akkerhoornbloem zijn in verhouding veel groter, namelijk tweemaal zo groot als de kelkbladen. Verder is ze altijd behaard maar zonder klierharen (dat zijn haren met een klierpuntje, wat goed te zien is met een loep). Ze bloeit verder de hele zomer en, hoewel ze meerjarig is, is de levensduur in totaliteit niet zo heel erg lang. In de bloemen kun je zien dat er vijf stijlen staan op het bovenstandig vruchtbeginsel. Dat is een duidelijk onderscheidt tegenover de Muren, die drie stijlen hebben.

Aan de stengelleden, die allemaal behaard zijn tot onderaan toe, ontspruiten in de oksels van de tegenoverstaande bladeren jonge spruiten. Ook zijn er vanaf de wortels niet bloeiende spruiten. De stengelleden zijn paarsig van kleur. De donkergroene bladeren zijn aan beide zijden behaard. De andere ondersoort (Glanzige hoornbloem, Cerastium fontanum subsp. holosteoides) heeft onbehaarde onderste stengelleden en slechts spaarzaam behaarde of kale bladeren.

De doosvrucht van de Gewone hoornbloem is 8-11 mm lang en daarmee wat korter dan van de andere ondersoort, waarvan de doosvrucht 10-14 mm is.

Aan de Gewone hoornbloem plakken geen zandkorrels; dat komt doordat de planten niet kleverig zijn. De eenjarige soorten, zoals de Zandhoornbloem, zijn dat vaak wel. Als een van de veertig meest voorkomende plantensoorten vind je Gewone hoornbloem op grazige niet te droge zanderige plaatsen. Verder staat ze in beweide schrale graslanden, langs vochtige boswegen en in leemgroeven. Ook aan rivieroevers, in duinvalleien en aan de bovenrand van schorren vind je Gewone hoornbloem.

MM_120107

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Anjerfamilie - Caryophyllaceae
Plantengeslacht:
Hoornbloem - Cerastium
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.04 - 0.45 meter
Bloeiperiode:
April - September
Bloemkleur:
wit
Bloeiwijze:
bijscherm
Bloemvormen:
vijftallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kelkbladen, 5 kroonbladen
Meeldraden:
10 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
5
Stempels:
5
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
-
Bladstand:
tegenoverstaand
Bladvorm:
lancetvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

Gewone hoornbloem is een zeer algemene soort die, zoals beschreven is in Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland, een van de onderscheidende soorten is van de

16 Klasse der matig voedselrijke graslanden

De plantensoort 'Gewone hoornbloem' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Meer en uitgebreide informatie over de ecologie van de Gewone hoornbloem en de relaties met andere organismen is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora.Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 190.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 285.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 451.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Cérastium fontánum