Video Determinatie

Gewone dotterbloem - Caltha palustris s. palustris

Vooral langs en ook wel in redelijk snelstromende beekjes, in brongebieden, natte graslanden, rietlanden en ook wel op zeer natte plekken in loofbossen tref je in de lente de met fraaie opvallend grote dooiergele bloemen bloeiende Gewone dotterbloem, Cáltha palústris, aan. Vaak tref je ze aan in het rivierengebied en de laagveengebieden, maar in de rest van Nederland is de Gewone dotterbloem zeldzaam tot zeer zeldzaam. Na de bloei vallen de typische een beetje peulvormige kokervruchten op, die als een soort kroontje op de stengel staan.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

In de lente kun je vooral op natte tot zeer natte standplaatsen de bloeiende Gewone dotterbloem, Cáltha palústris L. subsp. palústris uit de Ranonkelfamilie aantreffen. Aan het hele uiterlijk, of habitus, van de plant zie je al meteen dat ze wel op boterbloemen lijkt maar er toch ook wel weer behoorlijk van afwijkt. Het zijn tamelijk forse planten die tot 50 cm hoog kunnen worden, ze hebben grote hartvomige bladeren en in vergelijking met Boterbloemen grote dooiergele bloemen die een doorsnede hebben van 2-5 cm.

De plant heeft een rechtopstaande stengel, die bovenin vertakt; elke vertakking eindigt in een bloem, zodat je kunt spreken van een vertakte tros. De bloemen zijn regelmatig en hebben een bloemdek dat bestaat uit vaak vijf tot soms acht grote bloemdekbladen. Een brede bloembodem, zoals we die kennen van Rozenfamilie, ontbreekt: de bloemdelen staan ogenschijnlijk direct bovenop het uiteinde van de bloemstengel ingeplant. Er zijn veel meeldraden en de bovenstandige vruchtbeginsels groeien na bevruchting uit tot kokervruchten die door hun vorm een beetje lijken op kleine peultjes. Ze vormen met z'n allen, meestal zo'n zeven tot negen exemplaren, als het ware een kroontje.

De bladeren staan onder in de plant verspreid aan de stengel. Het zijn grote donkergroene, onbehaarde wat vettig aandoende bladeren, min of meer eirond en met een hartvormige voet. De onderkant is wat dofgroen van kleur. De holle bladsteel is van onderen rond en van boven een beetje uitgehold. De bladeren in de bovenste helft van de Gewone dotterbloem zijn kleiner, ongesteeld en vaak zittend aan de stengels. De knopen van de stengels van de plant die we hier laten zien zijn niet verdikt en hol en ook niet geknikt. We hebben dan ook te doen met de ondersoort Gewone dotterbloem. De andere ondersoort is de Spindotterbloem, die wel verdikte knopen heeft die massief zijn en op de knopen geknikt.

Gewone dotterbloem is een plant die de voorkeur heeft voor zeer natte standplaatsen. Je vindt haar niet alleen aan de rand van snelstromende beekjes, maar ook vaak erin als ze niet te diep zijn. In bronnen of bronbeekjes kun je haar ook vaak vinden. Als de bodem van grasland voedselrijk en nat voelt ze zich ook thuis en op natte plekken in loofbossen, zeg maar moerasbos voelt kan ze ook gevonden worden. Je vindt Gewone dotterbloem dan ook in de beschreven milieus in het Rivierengebied en in de laagveengebieden. Elders is ze enkel in de beschreven habitats te vinden en is dan zeldzaam. In droge hoge gebieden is ze slechts zeer uitzonderlijk te vinden, gezien de eisen die ze aan haar omgeving stelt.

MM_120502

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Ranonkelfamilie - Ranunculaceae
Plantengeslacht:
Dotterbloem - Caltha
Plantvorm:
oeverplant
Plantgrootte:
0.15 - 0.50 meter
Bloeiperiodes:
April - Mei, Augustus - November
Bloemkleur:
geel
Bloeiwijze:
-
Bloemvorm:
regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 tot 8, bloemdek
Meeldraden:
20 of meer
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
-
Stempels:
-
Vrucht:
kokervrucht
Zaden:
-
Stengels:
hol, geribd of geribbeld, rechtopstaand, kantig
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
eirond, hartvormig
Bladrand:
gekarteld
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

De zoutmijdende Gewone dotterbloem heeft een areaal dat Europa, Noord-Amerika en Noord- en Midden-Azië omvat. De soort wordt door Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland als belangrijke soort van de volgende plantengemeenschappen genoemd:

16Ab Gewone en Spindotter-verbond

38Aa3 Veldkers-ooibos

De plantensoort 'Gewone dotterbloem' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Let erop dat Gewone dotterbloem iets vergiftig is.

Meer informatie over de ecologie van Gewone dotterbloem en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 226

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 251.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 480.

Een van de interessante gebieden waar de Gewone dotterbloem fraai te vinden is, is op de Wijstgronden in het oosten van Noord-Brabant (Ettema, N. (2010) Vijf Wijstreservaten in Noord-Brabant)