Video Determinatie

Gewone braam - Rubus fruticosus

Met zijn stekelige lange en groenblijvende takken valt de Gewone braam, Rubus fruticosus L., gemakkelijk op. Je vindt de plant in toenemende mate in onze bossen. De bodem lijkt steeds rijker te worden in de bossen onder meer als gevolg van de toevoer van mineralen uit de lucht als gevolg van de luchtvervuiling in de tijd dat zure regen normaal was, maar ook door de stoffen die in de lucht komen door de intensieve landbouw en veeteelt. Gewone bramen profiteren hiervan en breiden zich daardoor gemakkelijk uit. Ze overwoekeren dan de struiken en kruiden van de soorten die minder goed zijn aangepast aan voedselrijkdom.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Gewone braam, Rubus fruticosus L., komt zeer algemeen voor in onze bossen, op kapvlakten, in struwelen, ruigten en wat beschaduwde ruderale plaatsen zoals langs spoorwegen. Het is een groep van microsoorten die alleen door specialisten uit elkaar te houden zijn. Door ons wordt de Gewone braam als soort hier behandeld.

Gewone braam hoort tot de Rozenfamilie en valt direct op door zijn lange kruidachtige tot wel drie jaar groen blijvende stengels die bezet zijn met stekels. Het onderste deel van de planten is echter houtachtig en uit deze dicht op de bodem te vinden houtachtige delen, die ondergronds verbonden zijn en tamelijk oud kunnen worden, ontstaan ieder jaar weer nieuwe liggende of half boogvormige stengels. De bladeren staan verspreid aan de stengels; ze zijn handvormig en bestaan uit meestal vijf deelblaadjes. De basale deelblaadjes hebben stelen van maximaal 2 mm lang. De bladsteel is van boven aan de voet gegroefd, een van de kenmerken waarin de Gewone braam zich onderscheidt van de Dauwbraam. Ook op de bladsteel en de stelen van de deelblaadjes zitten stekels. De bladrand van de deelblaadjes zijn gezaagd. De bladeren zijn behaard en soms vanonder zelfs viltig. Vaak tot ver in de winter behouden de stengels hun bladeren, wat de Gewone braam ook onderscheidt van de Dauwbraam. De bladeren hebben priemvormige steunblaadjes.

De bloemen met gaafrandige en niet kreukelige witte tot roze kroonbladen staan in tuilen. De kelk is grijs of groen en de kelkblaadjes hebben een witte rand. Op de bolvormige bloemboden staan veel meeldraden en vruchtbeginsels. De Gewone braam is in sommige bostypen, zoals lichte naaldbossen, vaak de enige soort die veel nectar en stuifmeel te bieden heeft aan insecten. Deze zorgen ook voor de bestuiving en bevruchting. De vruchtbeginsels groeien uit tot kleine steenvruchten die samen voor een volgroeide donker tot zwart kleurende vrucht, de braam zorgen. Deze bramen worden door diverse dieren, zowel vogels als zoogdieren, gegeten en zo wordt de plant verder verspreid.

Gewone braam komt in Nederland algemeen voor behalve in Noord- en Zuid-Holland, de Betuwe en de kleigebieden van Friesland en Groningen.

MM_111122

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Rozenfamilie - Rosaceae
Plantengeslacht:
Braam - Rubus
Plantvorm:
struik
Plantgrootte:
0.50 - 3.00 meter
Bloeiperiode:
Mei - Augustus
Bloemkleuren:
wit, roze
Bloeiwijze:
tuil
Bloemvormen:
vijftallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kelkbladen, 5 kroonbladen
Meeldraden:
20 of meer
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
-
Stempels:
-
Vrucht:
steenvrucht
Zaden:
-
Stengels:
gegroefd, gestekeld
Schors:
bruin
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
handvormig, vijftallig
Bladrand:
gezaagd
Ondergronds delen:
wortelstok
Plantengemeenschappen:

Gewone braam heeft een verbreiding die steeds groter lijkt te worden. De soort past zich goed aan aan de zogenaamde zure neerslag: de toevoeging vanuit de lucht van allerlei stoffen als stikstof heeft deze verbreiding sterk bevorderd. Daardoor vind je Gewone braam ook in bossen op arme zandgronden. Maar ook in bosranden en op nattere gronden kun je braamsoorten aantreffen. Schaminée, J. et al. (2010) beschrijven de Gewone braam in de Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland als kenmerkende soort in

40Aa2 Zompzegge-Berkenbroek

42Aa2 Beuken-Eikenbos

De plantensoort 'Gewone braam' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

De Gewone braam is eigenlijk te beschouwen als een soort die bestaat uit vele tientallen microsoorten. Deze zijn alleen goed door specialisten te onderscheiden en vergen de aanleg van een herbarium en het goed vastleggen in het veld van allerlei speciale kenmerken. Wij beschouwen deze microsoorten als te behoren tot een algemeen en redelijk goed te herkennen soort.

De zaadverspreiding door zoogdieren wordt zoöchorie genoemd.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van Gewone braam en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 65-66.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 381.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 709.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Rúbus fruticósus