Video Determinatie

Daslook - Allium ursinum

Met de brede parallelnervige bladeren die sterk lijken op die van Lelietje-van-dalen valt in het vroege voorjaar in onze rijkere bossen en landgoederen de Daslook, Allium ursinum, snel op. Dat komt ook door de sterke uiengeur die de plant verspreidt. De zeldzame soort kan op de plekken waar ze staat enorme oppervlakken bedekken. Door de bolvormige bloeiwijzen met witte zestallige bloemen kleuren ze de bosbodem wit.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Daslook, Allium ursinum L., is een wettelijk beschermde plant uit de de Lookfamilie. Het is een vrij zeldzame soort in België en Nederland, maar als de soort voorkomt kan ze grote oppervlakken bedekken. Ze heeft een sterke uiengeur, die nog toeneemt als de soort in de zomer begint af te sterven.

De soortsaanduiding ursinum (= van de beren, Ursus = beer) is ontstaan door het oude bijgeloof dat beren na hun winterslaap zich eerst aan deze plant tegoed deden. Dit is er ook de oorzaak dat de plant af en toe ook berenlook wordt genoemd. De Duitse benaming Bärlauch duidt daarop. De naam Daslook kan afgeleid zijn van dassen, die in burchten in de grond leven en waar deze planten boven op kunnen groeien.

De elliptisch tot lancetvormige bladeren zijn 3-5 cm breed, donkergroen en parallelnervig. Ze zitten zo aan de ondergrondse bol dat ze een draaiing hebben in hun steel, waardoor de onderkant eigenlijk van boven te zien is.

De zuiver witte bloemen hebben zes witte bloemdekbladen en zijn in losse bolvormige schermen gegroepeerd. De bloemdekbladen zijn ongeveer 1 cm groot. De plant bloeit van april tot juni, soms tot juli. Voor het scherm zich ontvouwt zitten de bloemknoppen binnen een bloeischede, die uit twee kleppen bestaat en met de steel een speervormig uiterlijk heeft. De twee kleppen vallen af als de bloeiwijze zich opent. De plant wordt 20-40 cm hoog. De bloem heeft zes meeldraden en een driehokkig bovenstandig vruchtbeginsel. De zaden zijn zwartbruin. En de soort vermeerdert zich vooral via zaadverspreiding. De planten kunnen zo'n zes jaar oud worden.

MMGB_121123

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Lookfamilie - Alliaceae
Plantengeslacht:
Look - Allium
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.20 - 0.40 meter
Bloeiperiode:
April - Juni
Bloemkleur:
wit
Bloeiwijze:
scherm
Bloemvormen:
meertallig (zestallig of meer), regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
3 bloemdek (kelkbladen), 3 bloemdek (kroonbladen)
Meeldraden:
6 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, glad
Schors:
-
Bladstand:
wortelstandig-verspreid
Bladvormen:
parallelnervig, elliptisch
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
bol
Plantengemeenschappen:

In onze contreien maakt de zeldzame Daslook volgens Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland, deel uit van onze bosflora in het

43Ab1 Eiken-Haagbeukenbos

De plantensoort 'Daslook' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

De vroeg in het jaar bloeiende soort wordt vanwege het stuifmeel bezocht door insecten, die voor de bestuiving en dus bevruchting zorg dragen.

Jong blad van de Daslook wordt van oudsher vanwege zijn lekkere smaak gebruikt om te verwerken in soep en sla. De Duitsers, zij noemen de Daslook Bären-Lauch, zijn gek op Bärlauchsuppe. In de periode dat de Daslook bloeit, plukken onze oosterburen zelf het jonge blad uit de bossen waar de planten staan, uiteraard zo spaarzaam dat ze de plant niet uitroeien, en verwerken het in deze soep, die ook in menig restaurant op de menukaart staat.

De langwerpig, ovale bollen kunnen goed gebruikt worden als vervanging van Knoflook.

Als u geïnteresseerd bent in meer uitgebreide gegevens over de ecologie van de Daslook, de relaties met andere organismen en het milieu, dan vindt u dat in Weeda, E.J. et al., (1991) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 4: 291.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 126.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 301-302.

Uitspraak wetenschappelijke naam: Allium ursínum