Video Determinatie

Bosrank - Clematis vitalba

Het hele jaar door is de Bosrank, Clématis vitálba, gemakkelijk in de begroeiingen in het landschap van de Benelux te herkennen. Vooral in de herfst en de winter als de pruikige vruchten heel goed opvallen en als een sluier over de andere planten ligt, kun je de Bosrank gemakkelijk terugvinden. Tijdens de bloei valt de soort op door zijn tamelijk grote witte bloemen. En ook de als lianen slingerende stengels die in andere bomen en struiken hangen zijn goed te zien, zeker als er in het vroege voorjaar nog weinig blad aan bomen en struiken zit. Het is een echte kalkindicator.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

De meest forse van de liaansoorten die in ons land en België voorkomt is de Bosrank, Clematis vitalba L., uit de Ranonkelfamilie. De plant valt op doordat ze als een sluier over het struweel of de bosrand waarin ze staat kan groeien. Dit komt doordat de bladstelen als ze in aanraking komen met het hout van een andere plant zich om die stengel of tak heenslingeren. Op die manier komt de plant steeds hoger in de vegetatie. De stengel kan op den duur polsdik worden, ligt gerold over de bodem, maar kan ook in de bomen en struiken hangen waarin de Bosrank zich omhoog gewerkt heeft. Deze vuistdikke lianen hebben een strobruine kleur en zien er vezelig geribd uit.

De bladeren van de Bosrank zijn oneven geveerd en de deelblaadjes zijn aanvankelijk licht groen van kleur, maar worden donkerder naarmate ze ouder zijn. De eironde deelblaadjes hebben een grof gelobde tot getande bladrand en een spitse top.

De witte bloemen staan in pluimen en deze bloeiwijzen zijn te vinden in de oksels van de bladeren of ze zijn eindelings aan de takken en twijgen. Elke bloem heeft vier roomwitte bloembladeren die kruisvormig staan. Ze zijn een beetje teruggebogen en viltig aan boven- en onderzijde. Ze hebben veel witte meeldraden en insecten verzamelen het pollen. Er is geen nectar in de bloemen te vinden. Aan het eind van de bloei zie je het stamperhoofdje uitgroeien tot een pruikebol: de vele dopvruchten hebben een lange uitloper die bezet is met haren. Deze opvallende vruchten sieren de Bosrank tot laat in de herfst en in de winter als het blad allang van bomen en struiken is afgevallen. De wind kan deze vruchten als ze helemaal zijn uitgerijpt meenemen en zo bijdragen aan de verspreiding van de soort.

Bosrank en de andere soorten uit het geslacht Clématis zijn een uitzonderlijke groep binnen de Ranonkelfamilie, omdat veel soorten houtig zij en de bladstand tegenoverstaand. Ook komen ze naast in de gematigde streken in de tropen voor. Bosrank is een Zuid- en Midden-Europese plantensoort die in Nederland de noordgrens bereikt. Het is een echte kalkindicator en hij komt dan ook overvloedig voor in Zuid-Limburg, het oostelijk deel van het rivierengebied en inmiddels ook op het Eiland van Dordrecht en verder ook in de kalkrijke duinen ten zuiden van het Noordhollandse Bergen.

Bosrank is zeer giftig.

MM_120107

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Ranonkelfamilie - Ranunculaceae
Plantengeslacht:
Clematis - Clematis
Plantvorm:
struik
Plantgrootte:
1.00 - 30.00 meter
Bloeiperiode:
Juni - Augustus
Bloemkleur:
wit
Bloeiwijze:
pluim
Bloemvormen:
viertallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
4 bloemdek
Meeldraden:
20 of meer
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
dopvrucht
Zaden:
-
Stengel:
klimmend
Schors:
geribd, bruin
Bladstand:
tegenoverstaand
Bladvorm:
oneven geveerd
Bladrand:
gelobd
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

De noordgrens van het verspreidingsgebied van Bosrank loopt door Nederland. In Zuid-Limburg is deze soort algemeen en daar groeit ze als lianen in bosranden, vooral op afgeschoven en afgespoelde humus en kalkmergel. In de kalkrijke duinen ten zuiden van Bergen breidt ze zich uit, waarschijnlijk door verwildering vanuit tuinen. In België is ze zeer algemeen in het gebied van de Maas en Brabant, zeldzaam in het kustgebied en de Ardennen en elders zeer zeldzaam. Een enkele keer kun je Bosrank ook aantreffen in uiterwaarden als bodembedekker over stenen taluds. In Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland worden twee plantengemeenschappen beschreven waarin bosrank een sleutelrol speelt:

37Ab1 Associatie van Sleedoorn en Eenstijlige meidoorn

37Ac5 Associatie van Hazelaar en Purperorchis

De plantensoort 'Bosrank' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Bosrank is een soort die sterk gebonden is aan de aanwezigheid van kelk in de bodem. Het is dan ook een echte kalkindicator. Als je Bosrank in het landschap aantreft kun je er zeker van zijn dat de bodem kalkhoudend is.

In het sap van de Bosrank zit het alkaloide proto-anemonine. Daardoor is de plant is giftig en ze kan huidinfecties veroorzaken. De gevaren van de Bosrank worden uitgebreid beschreven in Vries, F. de (2010) Gevaarlijke planten, 26.

Nog meer informatie over de ecologie en relaties met andere organismen van de Bosrank kan gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora.Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 234.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 254.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 469-470.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Clématis vitálba