Video Determinatie

Bezemkruiskruid - Senecio inaequidens

Als je in de zomer en het najaar met de auto onderweg bent en over de snelweg rijdt, dan valt een geel bloeiende plant op die je in de bermen van de snelweg als een lint van zo'n 50 cm hoog ziet staan. Het is Bezemkruiskruid, Senecio inaequidens, een composiet die zich de laatste jaren sterk uitbreidt, mede doordat het zaad door voertuigen wordt verspreid. Deze soort kom je ook elders tegen op ruderale terreinen bijvoorbeeld in de stedelijke situatie. Als je een plant uit de grond trekt, dan lijkt de hele plant wel wat op een handveger wat meteen een voor de hand liggende verklaring geeft voor de Nederlandse naam.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Bezemkruiskruid, Senecio inaequidens DC., hoort tot de Composietenfamilie. De soort dankt zijn naam aan de vorm van de plant: vanaf de wortel heeft de plant vaak de vorm van een bezem of veger. De redelijk diep gaande wortel en het onderste gedeelte van de overblijvende half struikvormige plant is vaak verhout. Het is een in de zomer en nazomer uitbundig bloeiende plant die erg opvalt op zeer verschillende plaatsen. Hoe meer zon de plant ontvangt des te uitbundiger zijn bloei.

De tuilvormige bloeiwijze is een open zeer sterk vertakte pluim met veel hoofdjes. Een hoofdje met 12 tot 14 mooi glanzend heldergele gekleurde lintbloemen lijkt op de hoofdjes van Jakobskruiskruid. Het omwindsel heeft een binnenkrans van lange blaadjes en een buitenkrans met een behoorlijk groot aantal blaadjes tot zo n dertien toe. Dat is veel meer dan bij de meeste andere Kruiskruiden, die maar enkele blaadjes in de buitenkrans hebben. Opvallend is ook dat deze buitenste omwindselblaadjes in de top uitlopen in een witte franjeachtige getande rand. De cilindervormige, behaarde nootjes dragen een sneeuwwit pappus, waarmee ze met de wind mee verspreid kunnen worden. Kruiskruiden produceren veel nectar en pollen waardoor ze veel bezocht worden door insecten als zweefvliegen, bijen en vlinders e.d. Deze zorgen voor kruisbestuiving. De planten bevatten nogal wat alkaloïde stoffen. Alkaloïden beschermen planten tegen de vraat van insecten en vee. Vee mijdt deze planten dan ook. Maar soms zijn die stoffen nou juist belangrijk voor gespecialiseerde insecten en juist deze insecten vind je dan op die planten en dan is het een voordeel voor die insecten. Je vindt dan ook nogal wat larven van insecten zoals boorvliegen in de hoofdjes.

De bladeren van Bezemkruiskruid zijn gaafrandig tot licht getand. Ze zijn lijnvormig en erg smal tot maximaal zo n 5 mm breed. Opvallend is de sterk geoorde voet waarmee de blaadjes aan de stengel zitten. Ze zijn halfstengelomvattend te noemen. De opstijgende stengels zijn kantig en kunnen glanzend rood zijn. De planten worden 20 tot 120 cm hoog.

De plant is afkomstig uit Zuid-Afrika en met wol in Europa aangevoerd. In 1939 is het Bezemkruiskruid voor het eerst in Tilburg aangetroffen. Vanuit het Maasdal uit de omgeving van Luik is de plant in het begin van de jaren veertig in Zuid-Limburg terechtgekomen en via de spoorlijnen is het hele land bevolkt met uitzondering van de Waddeneilanden. Ook de verspreiding in de bermen langs onze snelwegen is opvallend en gaat zeer snel: het verkeer neemt de nootjes blijkbaar gemakkelijk mee. Je vindt de soort ook al veel in steden op plaatsen waar gerommeld wordt. Zelfs op de oude stadsmuren in Maastricht zijn al exemplaren te vinden. Ook vind je het langs de rivieren op basaltoevers. Bezemkruiskruid is een echte neofiet, dat zijn plantensoorten die we als nieuwkomers beschouwen. Sommige wetenschappers beschouwen Bezemkruiskruid zelfs als een invasieve exoot (nieuwe indringer, die je liever niet in de natuur hebt).

MM_110520

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Composietenfamilie - Asteraceae
Plantengeslacht:
Kruiskruid - Senecio
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.20 - 1.20 meter
Bloeiperiode:
Juni - December
Bloemkleur:
geel
Bloeiwijze:
hoofdje
Bloemvormen:
lintvormig, buisvormig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
5 vergroeid met elkaar
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
nootje
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, gegroefd
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvorm:
lijnvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
verhout en diep reikend
Plantengemeenschappen:

Bezemkruiskruid is een soort die van oorsprong uit Zuid-Afrika komt en met wol uit dat land in Europa is aangevoerd. Deze invasieve exoot is sinds eind dertiger jaren van de twintigste eeuw in Nederland ingeburgerd geraakt en via het dal van de Maas uit Belgie een ware zegetocht begonnen langs onze rivieren, spoorwegen en autowegen. Het is een pioniersoort die zich thuis voelt in ruigten en ruderale omgeving, zoals bermen, verlaten stukken terrein.

De plantensoort 'Bezemkruiskruid' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

De verspreiding van deze nieuwkomer (neofyt) in Europa is erg goed gedocumenteeerd. Door de opvallende verschijning van dit kruiskruid met zijn verhoutende onderste delen van de overblijvende plant en diep reikende wortels is de soort van begin af aan opgevallen aan floristen. Zij hebben in alle landen van Europa veel waarnemingen gedaan aan de wel erg spectaculair snelle verspreiding van deze soort, die aanvankelijk alleen te vinden was bij wolverwerkende bedrijven en wasserijen. Ze leek zich daar lokaal enige tijd te kunnen handhaven, maar is vanaf de zestiger en zeventiger jaren van de twintigste eeuw erg snel over Europa verspreid. Uitgebreid en tot in detail is dit fenomeen beschreven in Weeda, E.J. et al., (1991) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 4: 95.

In 2014 is door Jan Crijns, plantenliefhebber uit Hulsberg, langs de A 79 een bontbladige variant van het Bezemkruiskruid gevonden en bij Flora van Nederland gemeld. De bladeren van deze plant hebben alleen in het midden langs de hoofdnerf cellen met bladgroen. De randen van de bladeren zijn chlorophylloos, zodat ze melkwit van kleur zijn. De heer Crijns heeft de planten intussen via stekken vermeerderd, ervan uitgaande, dat bij sexuele voortplanting de eigenschap 'bontbladig' verloren gaat.

Als u geïnteresseerd bent in meer uitgebreide gegevens over de ecologie van Bezemkruiskruid, de relaties met andere organismen en het milieu, dan vindt u dat in Weeda, E.J. et al., (1991) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 4: 95.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 612.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 1085.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Senécio ináequidens