Kruisbloemachtigen


Stacks Image 3103453
Akkerkers
Stacks Image 3103473
Bosveldkers
Stacks Image 3103458
Deens lepelblad
Stacks Image 3103463
Gewone raket
Stacks Image 3103297
Grote zandkool
Stacks Image 3103311
Gele waterkers
Stacks Image 3103477
Gewone steenraket
Stacks Image 3103316
Gewoon barbarakruid
Stacks Image 3103321
Herderstasje
Stacks Image 3103326
Hongaarse raket
Stacks Image 3103340
Kleine veldkers
Stacks Image 3103345
Klein tasjeskruid
Stacks Image 3103350
Knopherik
Stacks Image 3103355
Look-zonder-look
Stacks Image 3103369
Muurbloem
Stacks Image 3103506
Pinksterbloem
Stacks Image 3103374
Raapzaad
Stacks Image 3103379
Torenkruid
Stacks Image 3103384
Vroegeling
Stacks Image 3103398
Wede
Stacks Image 3103403
Wilde reseda
Stacks Image 3103408
Witte krodde
Stacks Image 3103413
Wouw
Stacks Image 3103418
Zandraket
Stacks Image 3103420
Zeeraket
Stacks Image 3103422
Zwarte mosterd

Naast de grote Kruisbloemenfamilie horen in deze groep twee heel kleine families, de Moerasbloemfamilie, vertegenwoordigd met een soort, en de Resedafamilie met slechts twee soorten.

De planten uit de Kruisbloemenfamilie hebben bloemen die bij elke soort een vergelijkbare bouw hebben. De Kruisbloemachtigen hebben vier kroonbladen, die afwisselend met de vier kelkbladen staan. De kelkbladen staan in twee kruisgewijze paren. Van de meestal zes meeldraden zijn er vier lang en twee kort. De laatste staan tussen twee kroonbladen in. De vruchtbeginsels zijn bovenstandig en groeien uit tot twee typen met twee kleppen openspringende vruchten, hauwen en hauwtjes. Hauwen zijn meer dan driemaal zo lang als breed, terwijl hauwtjes minder dan driemaal zo lang als breed zijn; de grootte van de vruchten speelt geen rol bij het onderscheid. Het gedeelte van de vrucht dat boven de kleppen uitsteekt noemen we de snavel. Om de planten op naam te brengen, heb je naast bloemen ook rijpe vruchten nodig.