Zwarte els, Alnus glutinosa (L.) Gaertnr, is een boom of struik uit de Berkenfamilie. De plant groeit op alle gronden, maar verkiest nattere plaatsen zoals waterkanten. Ze trekken veel water uit de grond en verdampen een groot deel daarvan. Ze hebben een vrij diep en uitgebreid wortelstelsel met wortelknollen. Deze knollen kunnen wel meer dan 5 cm (vuistdik) worden. Hierin leeft, in symbiose met de Els, een bacterie Frankia sp., die stikstof uit de atmosfeer kan binden, waarvan de gastheer profiteert.

Als boom kan de Zwarte els kan 24 m hoog worden, maar dat komt zelden voor. De boom is meestal meerstammig. De schors is zwart-bruin en sterk gegroefd. Jonge twijgen zijn enigszins driehoekig, ze dragen harsklieren waardoor ze enigs kleverig kunnen zijn. Dit in tegenstelling tot de takken van de Witte els die rond zijn op doorsnede en niet kleverig aanvoelen.

Als struik zie je de Zwarte els vaak in singels langs sloten, maar ook als hakhout tref je de soort aan. Op zeer natte bodem kunnen de zogenaamde Elzenbroekbossen voorkomen. Het grootste, pas in 1869 mede door sterke ontwatering ontgonnen oerbos in Nederland, was het Beekbergerwoud of Elzenbos ten zuidoosten van Apeldoorn.

De knoppen zijn kaal en staan op een steeltje. De Zwarte els is gemakkelijk te herkennen aan de grote ronde tot omgekeerde eironde bladeren. De top is stomp, uitgerand en de randen zijn grof dubbel gezaagd. De bladeren worden 4-11 cm lang en hebben vijf of zes nervenparen. De onderzijde is kaal met uitzondering van de nerfoksels. De jonge delen zijn kleverig.

Bekijk de video