De Hondsroos, Rosa canina L., is een in Noordwest Europa van nature voorkomende soort uit de Rozenfamilie. Het totale natuurlijke areaal van deze struik is Europa, Noordwest-Afrika en West-Azië. In Noord-Amerika is de Hondsroos geïntroduceerd. Hondsroos maakt samen met soorten als Sleedoorn en Eenstijlige meidoorn deel uit van onze doornstruwelen.

De struik wordt 1 tot 3 meter hoog. De enkel geveerde bladeren hebben vijf tot zeven gezaagde deelblaadjes, die bij fijnwrijven geen geur afgeven. Mochten de blaadjes dan wel geuren en met name naar frisse appeltjes ruiken dan heb je te doen met de ietwat zeldzamere Egelantier. De takken zijn groen of soms roodachtig aangelopen en hebben aan de onderzijde geen klieren. De stekels op de takken zijn grotendeels haakvormig gebogen. Deze vormen een uitstekende bescherming tegen vraat door grotere dieren. Jonge planten worden nog wel gegeten door grazende geiten en schapen, zoals te zien is op de Zuid-Limburgse kalkgrashellingen.

Bekijk de video