Na de bevruchting groeien de vruchtbeginsels uit tot bolronde steenvruchten, met daarin een plat zaad. Bij rijpheid kleuren ze scharlakenrood. Omdat de smaak bitter is (een galsmaak) mijden vogels deze vruchten. Ze hangen dan ook vaak nog in de winter aan de struiken. Pas wanneer het gevroren heeft worden ze door lijsters en pestvogels gegeten.

Leer meer over Gelderse roos