Groenbemesting wordt in de akkerbouw ingezet om verschillende redenen. In het winterseizoen is het belangrijk bodemerosie door wind of (regen-)water te voorkomen. Het kan worden toegepast om de bodemstructuur of de bodemvruchtbaarheid (vlinderbloemfamilie -> stikstof) te verbeteren. Na het onderploegen zal de hoeveelheid organische stof en op den duur het humusgehalte worden verhoogd.
Soorten die daarvoor gebruikt worden zijn, uit de kruisbloemfamilie: Mosterd, Koolzaad, Rammenas; uit de vlinderbloemenfamilie: Lupine, Wikke, Klaver of Serradelle; daarnaast soorten als Winterrogge, Phacelia of Boekweit. De planten worden in het najaar ingezaaid en in het vroege voorjaar weer ondergeploegd.
Hier halen we Zwaardherik voor het voetlicht. We troffen het aan op een geploegde akker waar enkele tientallen planten aan het onderploegen waren ontkomen, en door de gunstige weersomstandigheden, snel tot uitgroei en bloei waren gekomen.
Het valt op hoe prachtig deze plant is: tegen het lentegroen in de onderste delen steken de wat gekreukte crème witte bloemen met een prachtige bruinpaarse adering, de paarse kelkbladen, stengels en knoppen heel mooi af. Wanneer nog veel bloemknoppen in het bovenste deel van de trosvormige bloeiwijze aanwezig zijn valt een spinnenwebachtige beharing op, die het totaal aan fraaie details van deze soort, die van andere planten nog  doet overtreffen.
Maar er is nog wat bijzonders over Zwaardherik te melden. We kennen deze plant ook van ons groenten menu. Jong geplukt eten we het als rucola. De wetenschappelijke naam van het gewas, Eruca vesicaria wordt ook als Eruca sativa, soms als Eruca vesicaria var. sativa aangegeven. Dit is wat we wel “tamme rucola” noemen, dat tegenover “wilde rucola”, want ook de bladeren van Grote zandkool, Diplotaxis tenuifolia, worden als wilde plukgroente gebruikt.

Tekst Gerard Bögemann, foto's Ben Goossens , 2 mei 2019, © Flora van Nederland