De meeste planten planten zich voort via zaden. Deze zijn vaak relatief groot en hebben dan ook veel aanpassingen nodig om zich te verspreiden, zoals vleugels, vruchten of vruchtpluis. Meer "primitieve" planten, zoals mossen, Paardenstaarten Wolfsklauwen en varens verspreiden het nageslacht via sporen.

Uit deze sporen ontstaan eenslachtelijke "plantjes" die voorkiemen worden genoemd. Deze voorkiemen kunnen bevrucht worden en uit het product hiervan kan weer een volledige plant groeien. Bij de varens is de positie van de sporen goed te zien aan de sporenkapsels die verschillend van vorm kunnen zijn. De Tongvaren (Asplenium scolopendrium) heeft sporenhoopjes, oftewel sora, die lijnvormig onderaan het blad zitten. Deze sporenhoopjes zitten vol met microscopische kleine sporen, die door de wind of regen verspreid kunnen worden.

Hoewel de Tongvaren ook op vrij droge plekken kan voorkomen is de plant vaak te vinden op vochtige plekken. Ook in de stad! Afvoerputten of kademuren zijn geliefde plekjes voor deze "primitieve" plant.

Tekst en foto door Nils van Rooijen, 6 december 2016, © Flora van Nederland