Van de grote Cipressenfamilie kennen we maar één soort die inheems is in Nederland, dat is Jeneverbes (Juniperus communis). De vorm van sommige Jeneverbes-struiken doet wel aan de zuilvorm denken van de naamgever van de familie, de Cipressen van het Italiaans-Toscaanse landschap (Cupressus sempervirens).

Maar wie wel eens een groep van deze struiken gezien heeft weet hoe verschillend de vorm kan zijn, van zuilvormig tot zeer breed uitwaaierend. In ons land heeft Jeneverbes het moeilijk. Veel groeiplaatsen zijn verdwenen of verdwijnen nog, maar vooral de nieuwe generaties laten het afweten, ondanks een enorme productie van bessen. De blauwe bessen zijn nu rijp. Iedere bes bevat drie zaden, maar of deze kiemkrachtig zijn valt niet uit te maken. Feit is dat zaailingen sporadisch te vinden zijn. Vlakbij een grote groep Jeneverbessen, in een reservaat op de grens van Brabant en Limburg vonden we een nest van de rode bosmier.

Heel vaak bestaat het bovenste deel van de nestkoepel uit dennen- of sparrennaalden. Dat zal een goede bescherming van het nest zijn tegen afbraak door regen. Het oppervlak van de naalden is namelijk met was bedekt. In ons geval bestond de bovenlaag echter vrijwel geheel uit jeneverbessen. Hebben de bessen van Jeneverbes dezelfde eigenschappen, of zitten er aantrekkelijke stoffen in waardoor mieren hun nestkoepel ermee bekleden?

Tekst Gerard Bögemann. Foto door Gerard Bögemann & Ben Goossens 7 oktober 2016, © Flora van Nederland